The Begending
Dit verhaal heb ik geschreven toen ik ongeveer 14 was. Het was de bedoeling om een echt dikke roman te schrijven alleen daar had ik de geduld niet voor...mettertijd is het meer gaan lijken op een filmscript...maarja...het was toch eigenlijk altijd al de bedoeling om het later te (laten) verfilmen...ik was zelfs van plan het in het klein een keer te doen met goede vrienden van mij die acteurs moesten spelen die de rollen speelden in mijn script...zo was er een vriend van mij, Koen, die Arnold Schwarzenegger had moeten spelen die weer Adam Rom (de hoofdpersoon) had moeten spelen...maarja...het leven is raar...toevallig heette dit verhaal eerst The Final Armageddon, maar toen kwam dus de film Armageddon uit met Bruce Willis...dus toen was ik de titel kwijt...maar het ergste moest nog komen...eerst kwam Spawn uit...deze film leek een beetje het onderwerp van mijn verhaal te hebben...maar toen kwam End Of Days uit...deze film leek echt sprekend op mijn script...en bovendien werd de hoofdpersoon door (mijn!!!) Arnold Schwarzenegger gespeeld...grrrrrrrr...ik verdenk nog steeds mensen ervan dat ze mijn script hebben doorgespeeld naar Hollywood...maarja...nu is het te laat dus kan ik het net zo goed op het internet zetten...toch?
Hier volgt dan het verhaal "The Begending"...mijn excuses voor typfouten of knullig taalgebruik...maareh...kom op zeg...ik was 14!!
THE BEGENDING
Hoofdstuk 1

New York, 2 dagen voor de armageddon

De twee Dobermannen stormden met kwijlende bekken, luid blaffend,
af op de man, met een overall-achtig leren pak aan. De honden
sprongen op de man en hij tuimelde omver. Nu de man spartelend op
de grond lag, pakte elk van de honden een arm en het leek net alsof ze
hem wilden doorbijten, maar dit was onbegonnen werk, want de man
werd prima beschermd door zijn pak. Ineens lieten de honden de man
los en renden naar een andere man toe, die gekleed was in een donker
trainingspak en een Chicago Bulls-petje droeg. Deze had een metalen
hondenfluit  in de hand en floot met een voor mensen onhoorbare toon
de honden weg.
"Lig!"
Kwispelend volgden ze zijn bevel en gingen voor zijn voeten liggen.
"Hé, Paul, ik denk dat ze het beginnen te leren. Zullen we het nog een
keer proberen? Ik weet zeker dat het later hele goede wachthonden
worden."
"Ik denk dat je daar geen tijd voor hebt, Adam! Is dat niet de wagen
van je vrouw die daar net aan komt rijden?"
Een lichtgroene FIAT-Nassau reed het zandplein achter het hek van
het oefenveld op. De auto stopte bij het kleine kantoorgebouw, met het
opschrift: "Rom Dogtraining".
"Ja, dat moet ze zijn, nou herinner ik het me, ik zou met Brenda naar
de hondenshow vanmiddag gaan. We moeten maar een andere keer
verdergaan. Sluit je de hele zaak af? Tot morgen dan Paul!"
"Zal ik doen, ik zie  je!" antwoordde Paul.
"Kom op Brenda, wat sta je hier nog? Ik zit al de hele tijd op je te
wachten!"
"Droom verder, schat, ik wed dat je het allang was vergeten."
Ze stapten in en reden het plein af.
"Wacht even Brenda, ik heb geen portemonnaie bij me. We hebben
toch wel inschrijfgeld nodig voor Texas. Zelfs een jongen als hij kan
zonder inschrijfgeld de show niet winnen." onderbrak Adam de
rustige autoreis richting New York centrum.
"Je gaat me toch niet vertellen dat we nu nog helemaal naar huis
moeten rijden, toch?" reageerde Brenda aangebrand. "Dat kun je niet
maken, dan komen we te laat!"
"Beter te laat dan helemaal niet!"
Zichtbaar woedend trapte Brenda op de rem en maakte op de redelijk
drukke weg een draai van 180 graden.
"Ben je besodemieterd?"
"Je wou toch naar huis? Nou, zo gaat het het snelst!"

De lichtgroene wagen stopte voor het vrijstaande huis in een straat
waar alle huizen hetzelfde waren, van typisch, Amerikaanse stijl:
Veranda, klein voortuintje, witte  kleur. Ze stapten uit en gingen door
het kleine tuindeurtje, hoewel je er gemakkelijk overheen zou kunnen
stappen, liepen naar het huis, openden de deur en stapten binnen. Ze
bevonden zich nu midden in de hal.
"Pak hem nou maar en dan weer wegwezen!", zei Brenda op de
portefeuille wijzend die op een klein kastje lag.
"Ga jij maar alvast in de auto zitten, ik leg nog even mijn pet weg."
Hij opende de deur van de ingebouwde kast en legde zijn pet op de
hoedenplank, naast een zwarte hoed van Brenda, die ze altijd op
begrafenissen droeg. Dan graaide hij in de tas van een leren jas en
haalde er een opgepoetste revolver uit, hij controleerde de munitie en
stopte het wapen in zijn achterzak.
Hij mompelde: "Zonder dit ga ik niet New York's centrum in!"
Hij sloot de kast en wandelde de deur uit, deed ze dicht en wandelde
verder de tuin in.
"Aaaahhh!!" schreeuwde Brenda, geschrokken van iets.
In een snelle reactie trok Adam zijn wapen en ontzekerde het. Hij keek
om zich heen, maar zag niets. Hij keek nog eens na Brenda die nu met
een wit weggetrokken gezicht in de lucht wees. Adam keek in de
richting die ze aanwees. Daar zag hij in een oogverblindend fel licht
een jongen van ongeveer tien jaar in de lucht zweven, alleen bekleed
met een lendendoek. Hij had witte, volle zwanenveren op zijn rug.
Eigenlijk leek het wel een engel. Dan pas zag hij wat de engel in zijn
handen had. Hij richtte een gouden boog met een zilveren pijl, die een
punt had in de vorm van een hart, de kant op waar hij stond. De engel
richtte op hem met pijl en boog! Nu veranderde Adams verwondering
in waakzaamheid en hij richtte zijn revolver op de engel, maar de
engel schoot in dat moment zijn pijl af en Adams gezicht vertrok. Hij
keek naar beneden en zag in zijn borst de pijl steken, waaromheen het
trainingspak van een witte kleur in rood veranderde.
Hij zakte door zijn knieën, toen hurkte Brenda opeens naast hem en
huilend zei ze: "Wie is die jongen, Adam? Wat heeft hij met je
gedaan? Ga niet dood! Ik ben bang!"
Ze legde de hevig bloedende Adam in het gras neer en keek op naar de
engel, maar die was zo snel verdwenen, zoals hij was verschenen. Met
een doodslach op zijn gezicht zei Adam zachtjes, terwijl bloed uit zijn
mond vloeide: "Het leek...het leek...Amor wel!"
Toen zakte zijn hoofd opzij en schreeuwend van onmacht boog
Brenda zich over het dode lichaam heen.


Hoofdstuk 2


Kort nadat hij deze opmerking had gemaakt en nog net door hem heen
ging, dat hij nu zou sterven en waarschijnlijk alles zwart zou worden,
werd hij ineens verblind door een fel licht. Het was hetzelfde soort
licht dat hij had gezien rond Amor, zijn moordenaar. Toen werd het
licht ineens nog feller en er kwam een soort flits, net alsof je in een
zaklantaarn kijkt en ineens slaat de bliksem voor je neus in. Nu zijn
ogen gewend waren aan het normale licht, zoals eigenlijk overal op
aarde, keek hij om zich heen; alles was weg, Brenda, het huis, de auto,
de andere huizen, de hele straat. Alles was weg. Maar daarvoor zag hij
nu andere dingen, want overal was het licht, nergens was schaduw. Hij
lag, nog in dezelfde positie zoals hij stierf, op een zijdeachtige witte
stof die, zoals sneeuw in de bergen, het licht weerkaatste. Dan zag hij
honderden rijen met weer honderden mensen erin staand. De rijen
kwamen uit op iets wat hij niet kon zien. Omdat hij verder geen idee
had wat hij moest doen, liep hij de kant uit van een van de rijen om
hetzelfde te doen, wat iedereen deed. Misschien kon hij wel een
gesprek aanknopen met die mensen, om uit te vinden waar hij was,
hoewel hij van binnen toch wel wist dat dit de hemel moest zijn. Nu
zag hij ook overal, dichtbij en veraf, ineens mensen verschijnen uit
een lichtflits, in alle mogelijke posities. In de rijen zag hij alle soorten
mensen, bruine, blanke, gele, zwarte, jonge, volwassene, oude.
Mannen en vrouwen, ze waren allemaal in alledaagse kleding gehuld,
net als hijzelf. Het viel hem wel op dat er bijzonder veel oude mensen
waren, wat na even logisch nadenken, niet verwonderlijk was. Nu hij
na zijn eigen kleding keek, zag hij ook dat er geen gat in zat en het
bloed verdwenen was. Adam ging achteraan in de rij aansluiten, achter
een man van middelbare leeftijd, met zwart achterovergekamd haar,
van dat haar dat zo erg glanst van de gel, dat je zeker weet dat het
afbreekt als je het aanraakt. Hij was gekleed in een net donker pak met
stropdas.
De man draaide zich gelijk om toen Adam hem naderde en zei: "Is het
niet gaaf, precies zo had ik het verwacht! Ik wist wel dat ik in de
hemel terecht zou komen! En wie ben jij? Ik ben Richard Bins,
effectenmakelaar, tot voor kort tenminste. Mijn aandelen zonken als
een baksteen en mijn .45 was de enige uitweg!"
"Ik ben Adam Rom, waakhondentrainer, uit New York. Ik ben net
vermoord."
"Door wie? Was het een maniak? Je vrouw? Je partner?"
"Nee, het was Amor, de engel van de liefde." kwam er bij Adam
spottend uit.
Ineens zei een andere stem achter hem: "Dus jij bent Adam Rom? Uit
New York? Doodstijd 14.42.53? Doodsoorzaak D.A.P.?"
"Dat klopt, als D.A.P. staat voor pijl van Amor in je hart!"
"Zo kun je het zeggen, ja. Kom maar mee, jij gaat rechtstreeks naar
boven!"
"Alles beter dan in de rij staan, ik haat in de rij staan! Dag Richard, ga
in je volgende leven schoenen verkopen, dat is beter voor de
zenuwen!"
Nu bekeek hij de persoon die hem met zich meeleidde eens goed. Het
was een zij, en wat voor een zij! Type Schiffer. Cup Anderson.
Hoewel dat laatste niet echt grandioos tot zijn gelding kwam in die
toga van dezelfde witte, zijdeachtige, stof, waar ze op liepen. Ze
liepen de hele rij langs en daar waar de rij ophield, was een verhoging
van de witte stof, tot op bureauhoogte, daarachter stond een man ook
gekleed in zo'n toga. Hij vroeg de namen van de mensen die aan de
beurt waren en de woonplaats, na die gegevens gehoord te hebben
vertelde hij hun als een uit het hoofd geleerd versje hun doodstijd en
oorzaak hiervan. Dan leidde hij de persoon langs zijn bureau en met
eenzelfde lichtflits als bij de aankomst verdwenen ze in het niets.
Adam herinnerde zich nu weer zijn doodsoorzaak: D.A.P.
"Wat betekent D.A.P.?"
Ze zei: "D.A.P. staat voor Death Angel Program, ik ben niet bevoegd
je meer daarover te vertellen. je kunt straks alles vragen aan de grote
baas."
"Wat? DE grote baas? Bedoel je God? Hij bestaat dus! Ben ik dan
werkelijk in de hemel? Nou, eigenlijk had ik niet anders verwacht!"
"Ja. Ik bedoel God! Ik breng je nu direct naar hem toe."
"Ik schijn erg belangrijk te zijn, als al die mensen gewoon als in een
supermarkt in de rij moeten staan! En ze staan zo aardig in de rij,
beneden had je altijd wel iemand die ging protesteren."
"Je vergeet dat hier alleen de goede mensen komen, de voordringers
en zo zijn voor Satan."
"Satan bestaat dus ook! Je komt hier meer te weten dan in de
bibliotheek."
Ze waren nu de rij mensen langsgelopen en Adam zag dat er weer
zo'n bureau stond, maar daar stond helemaal geen rij.
"Is dit jouw bureau? Het bureau voor mensen met doodsoorzaak
D.A.P.?" vroeg hij.
"Ja, zoiets. Loop maar mee, op die manier kom je rechtstreeks naar
hem toe."
Ze liepen samen langs de plooi in de bodem, die haar bureau
voorstelde. Zij bleef stilstaan en gebaarde hem door te lopen, hij liep
door en ineens leek het weer alsof er een bliksem voor zijn neus
insloeg, hij werd verblind door het licht, hetzelfde licht dat hem in de
hemel bracht, bij God.    


Hoofdstuk 3


Hij moest zijn ogen laten wennen. Hij stond gebogen, op weer
dezelfde stof, in een zeer ruime kamer, waar de muren ook met die
stof waren bekleed. Met hun ruggen naar hem toe zag hij een tiental
mannen en vrouwen staan, gekleed in die toga's die hij nu al kende.
Hij hoorde een oudere mannenstem, die tegen hen praatte.
Hij hoorde:
"Geboortebegeleiding...800...binnenkomst...observatie...8.30."
Ineens waren de mannen en vrouwen weggeflitst en zag hij een
bureau, gemaakt op dezelfde manier als in de 'aankomsthal', maar dan
3 keer zo groot, daarachter zat een oude, opvallend zongebruinde,
man, met een brede glimlach op zijn snoet. Maar toch was het niet
zo'n oude man als hij had verwacht, die al duizenden jaren hierboven
het scepter zwaait.
"Je hebt gelijk. Ik ben niet de oorspronkelijke God, die de aarde heeft
geschapen. Ik ben een van zijn nakomelingen."
"Wat, kun jij mijn gedachten lezen? Natuurlijk kan je dat! Je bent
God! Of? Hoe bedoel je een van zijn nakomelingen?"
"Wacht even! Je kunt kiezen, Adam, wil je elke vraag zelf stellen of
zal ik jou alles gelijk vertellen? Wie ik ben. Wat jij hier komt doen.
Gewoon hoe het allemaal zit."
"O.K., vertel je verhaal."
"Een ding moet je weten, Tijd is, brengt en kost energie. Tijd is de
macht boven de mens, Satan, zelfs boven God. Nadat de Tijd
miljarden en miljarden lichtjaren had bestaan was er genoeg energie
en maakte de Tijd de oorspronkelijke God. Ze gaf hem van haar
energie en hij schiep niet alleen aarde, maar alle planeten, manen,
sterren, meteorieten en het niets van de ruimte. Door deze geweldige
en eenmalige krachtsinspanning, stierf de oorspronkelijke God en
maakte de Tijd een tweede God. Hij lette tientallen jaren op het
universum, hij nam het lichaam van de mens aan om de mensen te
ontvangen, na hun dood. Omdat God altijd veel energie van de Tijd
gebruikte, stierf ook hij en de Tijd gaf de goddelijke macht aan een
van de mensen uit de hemel en zo ging het door tot nu toe. Er leefden
goede mensen en minder goede mensen op aarde, toen deze stierven
kwamen ook de slechte mensen in de hemel, van de meesten
veranderde de mentaliteit, maar sommigen hielden hun kwade
gedachten en richtten een rebellie tegen God op, hij bemerkte dit en
verwijderde de aanvoerder Satan met zijn gezellen uit de hemel en
stuurde hem naar de, door jullie zo genoemde, hel. Vanaf nu stuurde
God alle kwade mensen naar die hel, na hun dood. De
vergevingsgezinde God vroeg nu de Tijd ook Satan energie te geven
om de kwade mensen die in zijn hel kwamen te kunnen bekeren om ze
daarna terug naar de hemel te laten sturen. De Tijd beloofde dit, maar
hoewel de Tijd miljarden en miljarden lichtjaren de Tijd had om
energie te sparen, was de energie op. Toen verminderde de macht van
God zich, omdat er nu weer energie moest worden gespaard, dus kon
God alleen af en toe ingrijpen in de geschiedenis van het hele
universum. Dat kwam ook omdat de Tijd nu ook nog eens energie
moest geven aan Satan. Er werd een regeling getroffen. De Tijd gaf de
energie die ze gespaard had aan God en Satan naar verhouding van
hoeveel goede en slechte mensen er in hun rijk waren. Zo hield God
altijd de overhand boven Satan, want er waren en zijn veel meer goede
dan slechte mensen. Er was maar een ding slecht aan de deal:  Satan
gebruikte zijn energie niet goed. Hij bekeerde geen slechte mensen, hij
maakte ze juist. Hij beïnvloedde goede mensen met zijn energie en
maakte ze slecht en dat doet ie nog steeds. Bovendien gebruikte hij de
energie ook nog eens om zichzelf onsterfelijk te maken. Dus terwijl
God na God stierf bleef hij leven. De Tijd moest haar belofte houden,
anders zou het universum op zijn kop staan, als de allerhoogste macht
een belofte zou breken. Dertig jaar geleden maakte de Tijd mij als
nieuwe God toen de God voor mij stierf."
"Wat heeft dat nu allemaal met mij te maken?" onderbrak Adam de
vertelling.
"Dat komt nu, geduld is een goede eigenschap, weet je?"
"Ja, ja. Geen gezwavel, vertel nou maar. Waarom ben ik hier? Wat
bedoel je met doodsoorzaak Death Angel Program?"
"Dat ga ik je allemaal vertellen. Rustig! Satan gebruikt zijn energie,
zoals ik al heb verteld, niet om de kwade mensen in de hel te bekeren.
Nee, hij gebruikt de energie om goede mensen onder zijn invloed te
krijgen, want hoe meer mensen onder je gebied vallen, des te meer
energie krijg je. Als God Satan gewoon zijn gang zou laten gaan, zou
hij straks nog machtiger worden dan God! Dus moest God daar iets
tegen ondernemen. Maar dat kon alleen af en toe, want God heeft voor
zijn acties altijd energie nodig en die moet gespaard worden. Toen
God dat voor het eerst deed, stuurde hij iemand van de mensen uit de
hemel om herboren te worden en dan het beginnende kwaad uit de
mensen te verdrijven, dat door Satans energie werd bewerkstelligt. Hij
werd Jezus genoemd. Hij heelde in die tijd gehandicapte mensen.
Maar tegenwoordig zijn de middelen harder geworden, in deze tijd
zijn die middelen niet meer bruikbaar, de mensen zijn te veel onder
Satans invloed gekomen. Nu haal ik rechtstreeks uitverkorenen van
aarde, die geschikt zijn om de missie te vervullen, nadat ik ze, net als
jou, geïnstrueerd heb stuur ik ze op aarde, met wat uitrusting uiteraard,
en moeten ze een van mij uitgezocht, bijzonder onder Satans invloed
geraakt, persoon...hoe zeg je dat? Liquideren!"
"Ben je gek man, ik ben toch geen huurmoordenaar! Dat doe ik niet!"
"Rustig! Laat me eerst uitspreken! Nadat ze dus drie missies vervuld
hebben, benoem ik ze tot engel en laat ze dan doden."
"Dat is nog eens stank voor dank!"
"Begrijp je het dan niet? Als de engel sterft, komt hij weer terug op
aarde en kan verder leven, zoals hij leefde voordat ik hem door Amor
liet doden. Daar komt de naam Death Angel Program vandaan."
"Als ik het dus goed begrijp, heb je mij laten doden door Amor, zodat
je mij opdracht kon geven drie gasten met lood te vullen en mij daarna
tot engel te verheven. Weer daarna zou je mij doden en kan ik door de
omgekeerde werking terug naar mijn normale leven." vatte Adam alles
samen.
"Zo is het. Je hebt de keus: voor altijd hier blijven of de missies te
vervullen en terug bij je vrouw komen."
"O.K. Wat is mijn eerste opdracht? Schiet op, de hondenshow begint
zo!"
"Ik denk dat je dat niet meer haalt."
"Wat? Brenda zal flippen!"
"Brenda heeft wel andere zorgen. Weet je nog? Je bent dood, man!"
"Bedankt voor het nieuws. Wat is mijn eerste opdracht? Het bevalt me
hier niet erg."
"In Vietnam ligt honderd kilometer ten westen van Nam Dinh een
kamp van oud-vietcongers. In dat kamp worden ongeveer 25
Amerikaanse soldaten uit de Vietnamoorlog gevangen gehouden. Ze
worden daar gemarteld en uitgehongerd om zich op hun te wreken en
om iets achter de hand te hebben bij conflicten met de V.S.."
"En ik moet dat kamp opblazen en de gevangenen bevrijden? Je hebt
zeker te veel Rambo of zo gezien? Ik ben ook maar een normaal
mens!"
"Nee, je moet alleen de baas van het kamp doden. Daarna kom je weer
terug voor je tweede opdracht."
"Oh, alleen maar de baas.", zei hij sarcastisch, "Verder niks? Wat een
lachertje! Hé, man, ik ben echt geen Rambo! Waarom heb je mij
gekozen? Waarom ben ik geschikt hiervoor?"
"Ten eerste ben je commando geweest en ten tweede wordt het kamp
onder andere door honden bewaakt. Als dat jouw specialiteit niet is!"
"Ik heb geen keus, maar waarom zal ik niet gelijk die 25 man
bevrijden, als ik toch al bezig ben?"
"We moeten zo weinig mogelijk opzien baren. Zij zullen zich dan wel
redden. Het zijn toch soldaten? Dood jij nou maar de baas van het
kamp, dan komt het wel goed. Ik zal je nu tijdelijk terugzenden, je
hebt 6 uur de tijd. Meer energie kan ik nu niet weggeven, je moet zien
om om 00.00. uur klaar te zijn."
"En mag ik mijn glazen muiltje ook niet verliezen als ik om 'klokslag
twaalf uur' terugverander in Adam Rom, waakhondentrainer?"
"Geen grapjes, dit is serieus. Als je op aarde aangekomen bent in de
stad Nam Dinh, ga je naar de Mekongstraat, daar staat aan het einde
van de straat op nummer twaalf een houten schuur. Ga naar binnen en
je zult je materiaal voor de opdracht vinden. Klaar?"
"Nee, maar doe toch maar! See you in hell!"
"Niet leuk."
Het werd weer licht voor Adams ogen en daar kwam de flits.


Hoofdstuk 4


Het licht verdween. Hij voelde zand onder zijn voeten. Hij keek om
zich heen. Hij zag huizen van baksteen en hout, in de verte stonden
een paar flats, ongeveer tien hoog, met lichtreclame voor Coca Cola.
De mensen, gekleed in donkere kleren met de typische kegelvormige,
gevlochten hoeden, keken hem vreemd aan. Hij besefte dat hij een
Amerikaan was en hier niet thuishoorde. Aan het bord dat slordig
tegen een huis was gespijkerd, waarop, waarschijnlijk in het
Vietnamees, en in het Engels 'Mekongstraat' stond, kon hij zien dat
hij op de juiste plek terecht was gekomen. Hij keek naar rechts en zag
op honderd meter afstand een bouwvallige schuur. Dat moest hem
zijn. Hij liep ernaartoe en liep een rondje om het schuurtje heen. Dan
stond hij weer voor de voorkant. Hij had geen ramen gezien, alleen de
voordeur was er, die hem erg stevig leek. Net had Adam besloten de
deur in te beuken, toen er van achteren iemand een mes aan zijn keel
zette. Hij voelde een hand die zijn haren greep.
Vermoedend dat het een Vietnamees was beval Adam: "Hé, spleetoog.
Je kunt me loslaten en nog 3 dochters krijgen of vasthouden en straks
je ballen op straat gaan oprapen."
Adam hoorde een zin in het Vietnamees, dat hij niet kon verstaan,
maar hij merkte in de toonaard dat het niet vriendelijk was. Adam
vermoedde dat de Vietnamezen hem rond het schuurtje zagen sluipen
en dachten dat hij een dief was. Hij bedacht dat hij per se zijn opdracht
moest uitvoeren en dus in ieder geval in de schuur moest komen, waar
zeer waarschijnlijk iets was dat voor verdediging te gebruiken was.
Hij tracht zich wat karategrepen uit zijn commandotijd te herinneren.
"Yiiiaah!", schreeuwde Adam, terwijl hij naar achteren greep en de
achter hem staande man bij de kraag greep en hem over zijn hoofd
heen trok, zodat de man met volle kracht tegen de deur terechtkwam
en deze in splinters uit elkaar viel.
"Dat is een probleem minder!", zei hij nonchalant en draaide zich om
om te kijken of er meer liefhebbers waren.
Het was net op tijd; een andere Vietnamees rende zijn kant op met een
luide gevechtsgil. Hij liep rechtstreeks tegen de voet van Adams hoog
uitgestrekte been. De man zakte naar beneden, maar terwijl Adam zijn
rechterbeen liet zakken, kwam zijn linkerknie omhoog en perste alle
lucht uit de aanvaller. Het werd nu tijd om in de schuur te vluchten
voor wat 'heavy equipement'. De man die zo aardig de deur had
geopend kwam net bij en met zijn hoofd omhoog. Terwijl Adam
binnenliep stapte hij doodleuk op zijn gezicht, iets wat de fleurige
uitdrukking daarvan niet goed deed. Binnen in de schuur was het
donker. Hij zag alleen een kleine legergroene rugzak staan.
"Moet ik daarmee de Vietcong neermaaien?", fluisterde hij
gedesillusioneerd en vermoeid.
Hij liep op de rugzak af om hem te doorzoeken naar wapens, toen hij
in de hoek, links achterin de schuur, iets zag wat bedekt was met een
zwart zeil. Adam stormde erop los en trok het zeil eraf. Voor hem
stond een met camouflagekleuren beschilderde crossmotor. Aan beide
kanten van het stuur waren twee snelvurende machinegeweren met
vergroot magazijn bevestigd, die je met een hendel op het stuur in
gebruik kon nemen. Het was een motor waarmee je op diesel en op
elektriciteit kon rijden.
"Het is cool als God aan jouw kant staat.", merkte hij op met een
glimlach.
Hij stapte meteen op de motor, want hij hoorde dat het geroezemoes
buiten luider werd en dat kon niet veel goeds betekenen. Hij
bevestigde de rugzak op zijn rug en startte de motor, trok de motor
twee keer op en racede op de voordeur af. De kapotte deur als schans
gebruikend vloog hij naar buiten. Daar stonden een tiental mannen
klaar met automatische vuurwapens. In de lucht suisden hem de
salvo's langs de oren. Op de grond geland, draaide hij een scherpe
bocht en remde, wat een mooi spoor achterliet in het zand. Hij haalde
de hendel over en de machinegeweren begonnen te spuwen. Met het
stuur richtend schoot hij op de mannen.
"God zij met jullie!"
Vier raakte hij en de rest dook op de grond en achter de schuur. Nu
zijn verrassingseffect weg was, moest hij  er vandoor gaan. Hij liet de
geweren zwijgen en reed recht op een groepje van twee mannen af, die
beschutting op de grond zochten. Zonder pardon reed hij er over een
heen die zich van schrik niet opzij kon rollen, terwijl zijn maat wel zo
slim was. De straat was zo te zien het einde van de stad Nam Dinh,
want op tweehonderd meter afstand zag hij het bos al beginnen. Er
was geen weg, alleen platgetrapt zand, dat geen moeilijkheid voor zijn
crossmotor betekende. Met volle snelheid  racete hij in de richting van
het woud, terwijl de Vietnamezen, die hun moed weer hadden
teruggevonden, hun wapens op hem leegschoten. Het haalde niets uit.
Adam was te snel voor hen.


Hoofdstuk 5                                    


Hij was twee kilometer het dichte bos ingereden en stopte daar,
zekerwetend, dat niemand hem gevolgd was. Hij zou eens gaan
uitzoeken wat er in de rugzak zat. Hij zette zich op een boomstronk,
naast de motor en opende de rugzak.
"Dat kan ik goed gebruiken!", beoordeelde hij zijn vondst, terwijl hij
een pumpgun, een  uzi en een klein handvuurwapen uit de rugzak
tevoorschijn haalde, "Kogels en een mapje.", noemde hij zijn andere
werkmaterialen op.
In het mapje zat een boekje met de handleiding voor de motor.
"Ik denk dat ik wel heb bewezen dat ik met de motor kan omgaan."
Er zaten ook twee kaarten in: een van de omgeving van het kamp en
een van het gevangenenkamp zelf, met alle details. Hij bestudeerde de
omgevingskaart en zag dat hij tot het kamp nog zeker twee uur nodig
had om door het moeilijk begaanbare landschap te rijden. Het kamp
was met een klein rechthoek aangegeven en lag tegen een steile
bergrug aan. De andere kanten grensden aan het bos. Nu bekeek hij de
kaart van het kamp. Het kamp was rechthoekig aangelegd en lag met
een van de lange zijden tegen de berg aan. Het was ongeveer tachtig
bij dertig meter groot. Er was een grote hut, waarop op de kaart
'gevangenenverblijf' stond, en twee kleinere hutten. Een voor de
commandant, zijn doelwit, en zijn onderofficieren en een voor de
soldaten. Deze hutten waren direct tegen de berg aangebouwd. Ook
tegen de berg gelegen was de parkeerplaats voor de legervoertuigen.
Het kamp was goed verdedigd; aan elke zijde die niet tegen de berg
gelegen was, stond een wachttoren. Om het hele kamp heen was een
vijf meter brede en twee meter diepe geul gegraven, die 'gevuld' was
met allerlei bloedhonden. Er was maar een ingang. In de
zuidwestelijke hoek van het kamp was een soort brug gemaakt over de
geul, die aan de kampzijde van de geul bewaakt werd door soldaten
achter zandzakken. Tussen de twee zandzakkenbarricades was een
poort gemaakt van prikkeldraad. Adam besloot gelijk op pad te gaan
en reed met de motor richting kamp. Op ongeveer tien kilometer
afstand, schakelde hij de motor om op elektrisch, hij was nu
onhoorbaar en naderde het kamp tot op honderd meter. In een boom
geklommen bekeek hij het kamp, waar net de fakkels werden
ontstoken, omdat het al donker werd. Adam realiseerde zich dat hij
nog maar drie uur de tijd had om de commandant te doden. Het eerste
wat hem opviel, was de parkeerplaats die werd gebruikt door twee
kleine tanks en twee zwaar bewapende jeeps. Dezelfde jeeps, drie in
aantal, patrouilleerden aan de andere kant van de geul en eentje in het
kamp. De zandzakken waren bemand met een man per barricade. Voor
de twee kleinere hutten stonden elk een wacht. Voor het gevangenis
stonden er twee. Ook voor de tanks stond een wacht. Alle drie torens
van drie meter hoog waren bemand met elk een wacht. Adam
vermoedde dat de commandant in zijn hut was en de restelijke
soldaten in de andere hut waren. Adam smeedde een plan om via de
westelijke kant aan te vallen, omdat daar de officiershut het dichtstbij
stond. Het enige probleem was de geul.
"Ik kom nooit over die geul heen zonder als avonddiner te dienen.",
was Adams beoordeling.
Er was maar een mogelijkheid om hier uit te komen: hij moest op
verkenning gaan. Met het machinepistool gewapend, sloop hij langs
bosjes, varens en bomen tot waar het bos eindigde en hij voor een
strook van twee meter zand stond met, waarschijnlijk, sporen van de
patrouillerende jeep, die grensde aan de geul. Dan hoorde hij het
geluid van een jeep.
"Tering!"
Hij verschool zich achter een omgevallen boomstam toen de jeep in
een zacht tempo langs hem heen reed. Nu zag hij voor het eerst de
soldaten, het waren Vietnamezen met een strak, zongebruind gezicht
in legerkleren, bewapend tot de tanden. Een zat er achter het stuur ,de
ander stond hangerig achter de dubbele mitrailleur van de jeep een
sigaret te roken. Hij liet ze passeren en telde de seconden tot ze hem
weer passeerden...35! Hij keek naar de boomstam die voor hem lag en
hij kreeg een idee. Hij draaide zich om en tuurde de omgeving achter
hem af naar een tweede boom. Vier meter van hem af lag nog zo'n
boomstam. Hij sleepte hem naar de boomstam toe waar hij achter had
gelegen en legde hem loodrecht over die heen, met aan de kant naar
het bos toe een groter eind uitstekend. Het leek nu op een kruis met
het lange eind naar het bos toe.
"Dat bevalt je wel, hé God?", zei hij hijgend van de inspanning.
Het kruis vormde nu een soort schans richting kamp. Nu keerde hij
voldaan terug naar zijn basis waar de motor stond. Een uur later was
het pikkedonker en kon de operatie starten. Adam laadde zijn
pumpgun, het pistool, de uzi en de twee machinegeweren van de
motor. De rugzak met de kaarten liet hij achter en duwde nu zijn
motor richting schans. Op twintig meter afstand daarvan stopte hij en
wachtte tot de koplampen van de jeep, die nu aanstonden, hem van
rechts naar links zouden passeren. Toen dat gebeurde, had Adam
ongeveer 15 seconden de tijd tot die weer langs zou komen. Hij startte
de motor, die nog steeds op elektrisch stond, en reed met volle
snelheid op de schans af.


Hoofdstuk 6


Hij reed de boomstam op en sprong met een geweldige sprong over de
zandweg en over de geul en kwam toen links van de wachttoren
terecht. Al in de lucht liet hij de machinegeweren vuur spuwen en toen
hij neerkwam velden deze meteen de bewaker van de soldatenhut en
een van de bewakers van het gevangenis. De honden begonnen te
blaffen  en de bewakers van de brug draaiden zich om en vuurden
samen met de bewakers van de officiershut en van het gevangenis op
Adam. De jeep in het kamp die net de andere richting van het kamp
opreed remde en draaide ook zijn kant op. Met het stuur richtend
raakte hij ook de tweede bewaker van het gevangenis en een van de
brugsoldaten. De jeep begon nu gevaarlijk op Adam te vuren en deze
haalde dan ook de pumpgun te voorschijn. Een schot in de motor was
genoeg en de jeep vloog in lichterlaaie. Het scheen dat de man in de
wachttoren waar Adam stond nu ook ging meedoen en richtte Adam
zijn tweede schot van de pumpgun dus op het gestel van de toren, na
het typische laden van dit geweer. De toren zakte in elkaar en vloog in
de geul. De man was uit angst onder het hout begraven te worden uit
de toren gesprongen. Iets wat hem rechtstreeks in de geul vol,
inmiddels krankzinnige, honden bracht. Het was duidelijk hoorbaar
hoe de honden zich op hem wierpen en de man daar geen bezwaar
meer tegen kon indienen. Na dit vertier moest hij aan het werk gaan.
Want nu kwamen er uit de soldatenhut mannen naar buiten, al
klaarwakker voor een gevecht, een opvatting die ze met hun vuur
beargumenteerden. De laatste schoten die zijn motor nog zou afvuren
raakten twee van deze spelbedervers. De rest van hun zocht dekking
achter een jeep die net van het parkeerterrein naar de plaats des
onheils was gescheurd en voor de gevangenis stopte om Adam het
leven zuur te maken. Alleen een van deze mannen bleef staan, met een
wapen dat Adam te laat herkende. De man schoot een projectiel recht
op Adam af uit zijn bazooka die op zijn schouder rustte. Met een
snoekduik sprong Adam van de motor, nog in de lucht toen de motor
explodeerde en in de geul terechtkwam. Adam kwam neer achter
brokstukken van de wachttoren en laadde zijn pumpgun om hem
onder het schreeuwen van de woorden "See you in hell!" weer te legen
op de jeep waarbij deze het voorbeeld van de motor volgde en de lucht
inging, de beschuttingzoekenden achter hem naar de eerdergenoemde
plaats ("See you in hell!") mee sleurend. Hij gooide de pumpgun opzij
en rekende met de uzi die om zijn nek hing met de wachter van de
officiershut af. Nu deze in hoge of lagere sferen verkeerde,
waarschijnlijk lagere, had Adam de weg naar de hut vrij. Nu hij langs
de wachter, die voor deur lag, kwam, vuurde hij op hem ongeveer tien
centimeter onder de maagstreek. "Dat is voor mijn motor, klootzak!",
merkte Adam zich rechtvaardigend op.
Hij 'opende' de deur met de sleutel die op elke deur past: zijn wapen.
Hij stormde de hut binnen, die in het duister was gehuld. Er stonden
vier bedden, evenveel kasten en een bureau. Maar geen officier lag
erin of zat erachter. Dan hoorde hij stappen achter zich, in een ruk
draaide hij zich om, daar rende iemand, een soort aanvalskreet
uitstotend, op hem af met een machete in de hand. Dat moest de
commandant zijn, zijn doel. Het was een vent met een postuur van een
zeekoei en een kop zo rood als een bavianenreet. Adam stapte
doodleuk opzij en de man tuimelde verder. Zijn gewicht niet kunnen
stoppend kwam hij terecht op een van de bedden.
Adam rapporteerde voor zichzelf wat hij zag: "Of je hebt een immense
puist op je rug of je hebt net dat mesje van je door jezelf gejaagd,
dikkie!"
Nu tot hem doordrong dat zijn missie volbracht was, viel hem op dat
hij helemaal niet wist wat hij moest doen na dit allemaal. Hij zou eerst
hier weg moeten komen! Ineens scheurde het dak boven hem open
met een geweldig lawaai.
"Ze schieten op de hut, waar hun eigen commandant in zit! Rare
jongens, die Vietnamezen!" , gaf Adam commentaar op de situatie.
Met de uzi en zijn pistool in aanslag rende hij naar de deur en rolde
laag over de grond naar buiten. Nu zag hij wat op hem schoot. Een
van de twee tanks had samen met een jeep positie gekozen bij de
gevangenis en vuurde op de hut.
"Nu ga ik eraan...maar...natuurlijk, dat is het! Hoe kom ik weer in de
hemel? Door te sterven!"
Adam zette zijn pistool tegen zijn slaap, dan keek hij richting
gevangenis.
"Shit, de gevangenen zitten er nog en ik mag niks doen. Ach, schijt
omhoog met jou!", en hij balde zijn vuist richting hemel, "Ik doe het
wel."
Adam opende het vuur op de houten deur van de hut die als
gevangenis dienst deed. Die sprong in splinters uit elkaar en gelijk
stormde een horde mannen van iets boven de veertig naar buiten,
allemaal gekleed in oude vodden en met een behaard gezicht. Ze
pakten de wapens op die bij de hut rondlagen en begonnen te vuren op
de jeep die nu op hen richtte. Een van deze gevangenen pakte de
bazooka op en maakte Chinees vuurwerk van de tank.
"Nu kunnen ze het wel verder afhandelen!", merkte Adam op, zijn
duim naar de man met de bazooka opstekend.
Deze herhaalde de groet.  Voor de tweede keer zette Adam zijn pistool
tegen de slaap en haalde de trekker over. Meteen werd alles licht om
hem heen.


Hoofdstuk 7


Na de flits stond hij, nu gelijk, in Gods kamer.
"Dat verhaal met die schijt in mijn richting wil ik niet gehoord
hebben, O.K. Adam?", begroette God Adam met een glimlach op zijn
gezicht. "Volgende keer doe je precies wat ik zeg, ja?", zei hij nu en
stuk serieuzer.
"Ik kon ze daar toch niet laten verrotten? Ik heb trouwens alleen maar
de deur geopend.", rechtvaardigde Adam zich, "Kom nu maar op met
mijn tweede missie. Ik begin er plezier in te krijgen!"
"Jouw tweede missie wordt een thuisspel: het is in New York. Je moet
de maffiabaas en heroïnehandelaar Ricardo Defalco laten verhuizen.
Naar beneden dus. Je wordt uitgerust met dezelfde wapens als vorige
keer, maar zonder motor. Als je beneden bent aangekomen, zul je die
wapens bij de hand hebben en op de hoek van de straat staan waar
Ricardo's bescheiden verblijf staat. Op het erf en in het huis lopen
overal lijfwachten rond; passeer ze en vermoord Ricardo. Je hebt weer
ruim de tijd: zes uur. Je weet nu hoe je terug moet komen! Je volgende
opdracht ligt al klaar!", beschreef God de missie.
"Ik ben er klaar voor! Scotty, beam me down!"
"Nee, je moet nog twaalf uur wachten. Ik heb nog energie nodig voor
jouw sprong."
God wees naar een hoek van de kamer en gelijk bolde zich daar het
vloerlaken op tot de vorm van een bed. Adam liep ernaar toe en legde
zich neer. Hij viel gelijk in slaap. Toen hij een etmaal later wakker
werd gemaakt door God, stond hij op en verklaarde Adam gereed te
zijn om naar beneden te gaan. Het werd weer licht voor zijn ogen en
Adam flitste naar beneden. Toen zijn ogen weer aan het normale licht
waren gewend was het geen moeite Ricardo's onderkomen te
herkennen: links van hem, aan de overkant van de straat, doemde een
twee meter hoge, witte, betonnen muur op, met daarachter, duidelijk
zichtbaar, een reusachtige, modern gebouwde, witte villa van drie
verdiepingen. Op de vele terrassen van het huis en op de zijgalerijen
liepen mannen rond in colberts, veel te warm gekleed voor het hete
weer.
"Dat moeten Ricardo's beschermengelen zijn! Had ie maar echte, zou
die straks nog leven!"
Adams plan was zeer doordacht; over de muur klimmen en op alles
schieten wat beweegt. Hij liep naar de overkant van de straat en klom
in een kastanjeboom die naast de muur groeide, vanaf een dikke tak
die over de muur hing wilde hij het erf opspringen toen hij nog net
onder zich een van Ricardo's bodyguards zag, die ,zo te zien in het
geheim, van een sigaret genoot. Adam sprong onverwachts recht voor
de man, pakte met de ene hand zijn achterhoofd en met de andere zijn
onderkaak. Voordat de man een kik kon geven draaide Adam het
hoofd van de man met een krachtige korte ruk naar links. Knak!
"Dat leer je nou als je met bloedhonden te maken hebt, maat!"
Hij liet de man vallen en de gloeiende sigaret schroeide zijn lip met
een bijpassend geluid. Ineens sloegen kogels in de muur naast hem in
die ongetwijfeld niet uit de lucht waren komen vallen. Er schoot
iemand met een geluiddemper op zijn wapen op hem. Terwijl Adam
zich omdraaide, pakte hij zijn uzi en vuurde over de grond rollend in
de richting waar de kogels vandaan kwamen. De man zakte in elkaar,
na het gazon met bloedspetters te hebben bevuild. Hij hoorde geroep.
Natuurlijk was de rest nu gealarmeerd. Hij rende naar een boom die op
het erf stond en verschuilde zich erachter. Het gebied naar gevaar
afspiedend, zag hij iets wat hij nog nooit had gezien. Het gazon
opende zich en met een monotoon geluid schoof er een betonnen toren
naar boven. Op die toren was een grote mitrailleur bevestigd, bediend
door twee man.
"Is dit soms de dependance van Fort Knox?", vroeg hij verwonderd
zichzelf af.
Ze hadden hem nog niet gezien, dus liep hij snel naar de volgende
boom die dichterbij het huis stond daar opnieuw dekking zoekend.
Waarschijnlijk hadden de mannen op de toren hem nu wel gezien,
maar ze hielden de man die hij had doodgeschoten en bij hem in de
buurt van de boom op de grond lag voor de indringer en
demonstreerden Adam zo hoe hun mitrailleur werkte. Door de tweede
doorzeving op een dag schoot het lichaam heen en weer bij elke
kogelinslag. Daardoor zakte zijn jasje open en kwam er een mooie
gordel met handgranaten te voorschijn. Hij sprintte naar de man toe,
nadat de mannen op de toren het vuur hadden gestaakt. Ze begonnen
meteen weer toen ze Adam zagen hoe hij zich meester maakte van de
gordel. Nu rende Adam recht op de toren af, terwijl hij zijn uzi
leegschoot op de mannen die zo niet meer op hem konden richten,
omdat ze dekking moesten zoeken. Aan de voet van de toren
aangekomen waar de mitrailleur hem niet meer kon bereiken, trok hij
met zijn tanden de pin uit de granaat en gooide hem in een boog op de
toren. Nieuwjaar begon dit jaar iets vroeger. Bovenop de toren
explodeerde blijkbaar de hele munitie mee. Hij gooide de lege uzi weg
en haalde zijn pumpgun onder zijn trainigsjack vandaan. Hij keek om
de hoek van de ruïne van de toren en zag een drietal mannen zijn kant
op rennen. Toen ze de toren aan de linkerkant naderden, verschool
Adam zich aan de rechterkant. De drie mannen stonden nu aan de kant
van de toren waar Adam zijn granaat had gegooid en Adam rechts om
de hoek. Hij trok de pin uit een van zijn handgranaten en rolde ze voor
de voeten van de mannen, twee van hen doken in paniek weg, alleen
de derde bleef kalm. Hij pakte de granaat op en gooide hem terug naar
Adam.
"Fuck you, asshole!", voegde de bodyguard aan zijn actie toe.
Adam ving de granaat en gooide hem bovenhands terug. Met volle
kracht kwam deze tegen het hoofd van de man en ontplofte ook nog
eens op dat moment.
"Fuck you, haha!", zei Adam de nadruk op 'you' leggend.
De twee die dekking hadden gezocht stonden nu op, maar Adam
schoot ze met de pumpgun neer. Hij had nu de weg vrij richting villa.
Op de galerij van de eerste verdieping aan Adams kant begon een
bodyguard op Adam te vuren. Adam kon niet terugvuren, want de man
verborg zich achter het staalwerk van de galerij. Adam mikte nu
precies op de houten steunpilaar van de galerij en schoot hem dwars
doormidden. De hele galerij zakte naar beneden. De man kwam op de
grond terecht en liet nu zijn hersens zien aan de mieren die daar
rondliepen. Adam wilde zijn pumpgun weer laden, maar de patronen
waren op en Adam liet hem dus liggen. Hij liep over de brokstukken
van de galerij naar een panoramaraam, sloeg het met zijn elleboog in
en bevond zich toen in een kamer die als biljartruimte dienst deed. Hij
hoorde stappen achter de enige deur van het vertrek. Adam pakte een
keu uit het rek en een krijtje van de tafel en ging achter de deur staan.
Toen een man met een oorbel en zwart achterovergekamd haar de deur
opende en in de opening bleef staan, de ingeslagen ruit inspecterend,
plantte Adam zijn keu met de kant van de pomerans in zijn genitaliën
en gebruikte dit aangrijpingspunt als draaipunt en hief zo de dikkere
stootkant in het gezicht van de man. Deze viel met zijn kont op een
antiek spijkerbed dat daar in de hoek als een soort museumstuk stond.
De man opende net zijn mond om te schreeuwen, toen Adam het
krijtje van de pomerans in zijn keel gooide en de man kokhalzend op
de vloer stikte. Adam interresseerde het verdere lot van de man niet en
rende door de deur in een ruimte die de ontvangsthal moest
voorstellen. Er was niemand te zien. Hij rende de trap op en gooide de
eerste de beste deur op de overloop open, zijn pistool getrokken. Daar
stond een vent in pak en hield een revolver tegen de slaap van een
vrouw. Een vrouw? Zijn vrouw!
"Brenda, wat doe jij...", verder kwam Adam niet; twee potige
bodyguards namen hem tussen zich in en hielden hem in een
houdgreep.
"Mag ik me voorstellen, Adam Rom?! Ik ben Ricardo Defalco, jouw
'offer', haha!", lichtte de man die Brenda onder schot hield hem in.
"Wat doet Brenda hier? Ze heeft hier niks mee te maken, dus..."
Toen onderbrak Ricardo Adam: "Als dat zo is, hebben we haar ook
niet meer nodig, toch?"
Ricardo ontzekerde zijn pistool. Adam zag aankomen wat er ging
gebeuren en probeerde zich met alle macht los te rukken, maar het was
te laat hij hoorde een knal en een kwak bloed vloog tegen de muur.
Brenda zakte in elkaar. Adam bleven de woorden in de keel steken.
Ricardo had zulke problemen niet, heel zakelijk maar met een
dwingende toon ging hij verder: "Je hoeft niet te vragen waarom. Ik
zal je nu alles verklaren, als je niet luistert krijg je je vrouw nooit meer
terug. Je vrouw is nu in de hel, Satan had haar beïnvloed met zijn
energie en haar slecht gemaakt, net als bij mij. Je weet dat Satan
eigenlijk was opgedragen de slechte doden met zijn energie te
bekeren, zodat ze naar de hemel konden. Maar omdat Satan dat nooit
van plan was, heeft hij de opening vanuit de hel naar de hemel
gesloten en niemand kan er nou meer doorheen naar de hemel. Satan
weet dat er een tweede uitgang uit de hel is. Het gat waardoor hij met
zijn rebellen in de hel is geslingerd. Hij weet alleen niet waar. Terwille
van je wijlen vrouw, haha,", hij vond de grap wel goed," keer jij terug
naar de hemel en begin je rustig vraagjes te stellen aan God. Vraag
hem dan waar die uitgang is. Alleen als je ons dan op je volgende
missie vertelt waar die uitgang is, zal je ooit weer je vrouw zien."
Adam had alles gehoord en in die tijd beseft dat zijn vrouw dood was,
nu kwamen zijn emoties los: "Vuile uitgekakte pompelmoes van een
loopse koe, jij gigantisch mislukte fout van een abortusdoktor, jij, jij,
politicus!"
"Het zal je allemaal niet helpen, vertel ons waar de uitgang is en je
krijgt je vrouw terug. Dood ons twee nu en keer terug naar de hemel!"
Met deze woorden schoot hij de twee lijfwachten die Adam
vasthielden neer en lokte Adam nog verder uit: "Kom op, dood de
moordenaar van je vrouw! Of ben je daar te watje voor?"
Dit gaf voor Adam de doorslag. Hij keek rond in de kamer en zag
twee zwaarden over kruis aan de muur hangen. Adam stormde erop af
,pakte de zwaarden en rende gek van woede op Ricardo af. Die bleef
gewoon staan en liet zijn pistool vallen. Adam sprong achter hem en
stootte met het zwaard in zijn linkerhand in de maagstreek van
Ricardo, hij stootte expres zo ver door dat hij Ricardo doorboorde en
zichzelf ook. Tegelijkertijd haalde hij met het andere zwaard uit en
hakte Ricardo's en zijn eigen hoofd van hun rompen af. Het werd
weer licht voor Adam's ogen, het flitste en hij voelde weer het
typische hemelslaken dat daar in plaats van muren, bodems en daken,
eigenlijk voor alles aanwezig was.


Hoofdstuk 8


"Zo dat is ook weer voor elkaar! Ik moet toegeven dat je niet al te lang
aarzelt, Adam. Maar dat is goed, dat is zeer goed! Je hebt er nog een te
gaan. Ik vermoed dat je er maar zo snel als mogelijk vanaf wilt zijn,
dus geen gelul meer van mijn kant! Hier is je volgende opdra..."
"Ho, ho, eh...God. Rustig aan! Ik vind het nu langzaam vervelend
worden. Je hebt me helemaal niets verteld over die
'Fort-Knox-bewaking' bij die Ricardo! Je vertelt me sowieso helemaal
niets! Je denkt me even van mijn vrouw", hij slikte even, "van mijn
vrouw weg te halen, vraagt me of ik in ruil voor mijn vroeger leven
even een paar slechteriken wil afmaken en dan? Wil je me dan weer
doodleuk terugsturen?"
"Zo, nu wacht jij even! Wat denk je wel tegen wie je het hebt? Ik ben
je heerser! Je bent absoluut inferieur aan mij! Ik ben, IK BEN GOD!"
"That's a good point, maar wat zou je zonder mij doen? Je krijgt het
niet eens voor elkaar om een paar spleetogen af te maken en laten we
het dan niet over die spaghettivreters hebben! Ik doe niets meer voor
jou voordat ik antwoorden op mijn vragen krijg!"
"Okay, jij krijgt van mij antwoorden en klaart daarvoor je laatste klus.
Vraag maar raak, wijsneus!"
"Vertel me nog eens iets uitgebreider over de rebellie. Hoe Satan en
zijn Looney Toones in de hel terecht zijn gekomen."
" Waarom wil je dat nou weer weten? Ik dacht meer aan iets als de
Toto-uitslagen, de Rad van Fortuin-woordjes. Wat wil je nou met een
verhaal? Daar heb jij toch niks aan."
Adam probeerde zijn gedachten te verbergen, want hij wist dat God
deze al eerder had gelezen.
"Nou en, vind ik leuk om later aan Brenda te vertellen! Nou goed?"
"Denk je dat ik je met alle herinneringen aan de gebeurtenissen terug
naar aarde stuur?"
"Zit nou niet te zeiken! Je hebt het beloofd. Vertel nou maar!"
"Nou, goed dan! Komt-ie: Zoals ik al had verteld, waren er goede en
slechte mensen die sterven, omdat ik niet allen in mijn hemel kon
opfleuren, ontstonden er langzamerhand groepen van slechte mensen.
Langzamerhand kregen ze een soort aanvoerder, die niet voor niets
hun aanvoerder was, hij was namelijk door en door slecht. Hij begon
de mensen in de hemel op te hitten om God van de 'troon' te stoten. Er
kwam een korte maar krachtige oorlog in het vredelievende domein.
Je weet dat niemand in zijn eentje tegen twintig man gaat vechten.
Maar als het 1 miljard tegen 20 miljard wordt, verandert de zaak.
Helaas voor Aleksander Tanachiel was het niet 1 miljard tegen 20,
maar 1 miljard tegen veel en veel meer. Want er woonden in die tijd
alle mensen in de hemel die ooit waren gestorven. De
guerrillabeweging van Aleksander Tanachiel, bedroeg, zoals ik al zei,
een slordige 1 miljard gespuis. Dat gespuis had op aarde al aardige
vaardigheden ontwikkeld en Satan rekende er dus op dat zij daarom
waren opgewassen tegen de miljarden goeden in de hemel, die deze
vaardigheden niet hadden. Op een moment, ik kan niet zeggen dag of
nacht, dat hebben wij niet, was de aanval ingezet en waren er al 12
miljard mensen vermoord."
"Die dan allemaal op aarde terugkwamen? Wat een overbevolking
moet dat geweest zijn!", onderbrak Adam het verhaal.
"Nee, die werden recycled."
"Wat? Je zei tegen mij als ik mijn opdrachten volbracht heb, dood je
mij en kom ik zo weer terug op aarde. D.A.P. dus."
"Je hebt niet goed geluisterd: D.A.P.= Death Angel Program. Alleen
als een engel wordt gedood, komt hij terug op aarde. Denk je dat ik
zoveel energie heb om miljarden mensen tot engel te promoveren?
Nee, jongen, zoveel energie zit daar nou ook weer niet in!"
God wees naar iets dat Adam nog nooit eerder had gezien in zijn
kamer, hoewel het midden in de kamer was. Waarschijnlijk had God
het ernaar toe 'getoverd'. Het was in de vorm van een op zijn hoek
gekantelde kubus. Je zou zeggen dat het van glas was en dat er
binnenin een superfelle lamp brandde, maar die je toch niet
verblindde. De gekantelde kubus zweefde in de ruimte.
"Wat is dit nou weer?", vroeg Adam.
"Een projectie van het Posium, de opslagplaats van al mijn energie.
Hij wordt bewaakt door mijn engelen. Het is voor alle engelen
allereerste prioriteit: Bescherm het Posium. Het is namelijk uiterst
instabiel en heeft een kracht van duizend keer meer dan alle
atoombommen op de wereld. Als het zou imploderen, zou alles in de
wijde omtrek van de melkweg vernietigt worden."
"Ruig ding! Maar ga door met je verhaal."
"Goed, waar was ik? Ah, ja! Dus de doden werden recycled."
"Stop. Wat bedoel je daar mee? 'Ze werden recycled.' "
"Ze werden gebruikt door de Tijd om nieuwe energie te verkrijgen. Zo
komt de Tijd aan energie. Ze heeft overal in het universum zwarte
gaten, die alles opzuigen. Dit alles wordt omgevormd tot energie, die
de Tijd tot beschikking krijgt."
"Bedoel je ze werden gedumpt in zo'n gat? 12 miljard mensen?"
"Zo kun je dat ook zeggen."
"Okay, ik begrijp het. Ga door."
"Dus Satan had 12 miljard mensen gedood. Toen God dat hoorde,
pakte hem een ongekende woede en maakte hij aanstalten ze levend in
een zwart gat te gooien."
"Hoe kon Satan zo stom zijn? Hij moest toch weten hoe machtig God
is?"
"Dat was het juist. Hij wist niets af van het Posium. Van de Tijd. Van
de engelen. Hij dacht dat God gewoon een soort gekozen leider van de
mensen in de hemel was. Toen God ze dus in het zwarte gat wilde
gooien, hield de Tijd hem tegen en kwam met het idee op de proppen
om Satan met zijn, zoals jij het noemde, Looney Toones  naar de
wereld onder de wereld te verbannen en ze de opdracht te geven, met
energie van de Tijd, gestorven negatieve mensen te positiveren, zodat
ze bij God in de hemel konden voortbestaan. Toch nog woedend
slingerde hij ze uit de hemel met zo een kracht dat ze door de
aardkorst braken en in de hel terecht kwamen."
"Waar was dat dan?", Adam voelde het koude zweet over zijn rug
lopen.
"Oh, ergens op een groot eiland, ik geloof dat jullie het Engeland
noemen. God was er niet van overtuigd dat Satan gelijk een lieverdje
zou worden en zo sloot hij het gat weer met een soort energiebarrière,
rondom het gat. Het waren een soort minihutjes. Twee verticaal
opgerichte, rechthoekige rotsblokken, met nog zo'n rotsblok er
horizontaal als een dak opgelegd."
"Stonehenge!"
"Ja! Zo noemen jullie het. Satan kan niet tegen dat pi-vormige teken,
dat die rotsen maakten, zoals een vampier niet tegen het kruisvormige
teken kan. Ik ga verder. Satan kreeg energie van de Tijd en slechte
gestorven mensen van het aardoppervlak. Hij gebruikte zijn energie
niet goed, etcetera, etcetera. Je kent de rest. Nu tevreden? Klaar voor
je volgende opdracht? Nieuwsgierig wijf?"
"Yes, sir! Thanks for the info! Ik ben er klaar voor! Wie is de
gelukkige?", bevestigde Adam. Blij, dat hij nu de nodige informatie
had.
"Je bedoelt wie zijn de gelukkigen. Het is namelijk een of ander
jongensgroepje, ze noemen zich 'The Hand'."
"Die ken ik! Van die liedjes: "We are the five fingers of The Hand" en
"Drugs sucks!". Hartstikke beroemde jongens. Wat is er mis met
hen?"
"Welk liedje zei je? "Drugs sucks!"? Nou, dat is wel zeer ironisch. Ze
smokkelen en dealen zelf pillen in grote omvang, het is het 'The
Hand-syndicate'. Met hun wereldtournee smokkelen ze de XTC mee
en leveren het in de landen waar ze concerten geven aan de kleine
dealers, ze verkopen zelfs XTC tijdens het concert aan hun fans. Dood
alle vijf en hun baas, hun manager. Als dat is gedaan, dood je jezelf
weer en ik promoveer je tot engel. Daarna dood ik je en zul je op aarde
leven, samen met je vrouw."
"Waar kom ik terecht?"
"Oh, ja! Ze geven vanavond een concert in Wembley, Engeland. Je
zult je gebruikelijke uitrusting bij je hebben en voor het stadion staan.
Je hebt zes uur de tijd. Klaar?"
"Yep, here comes the sixth finger of 'The Hand'!"
Het werd licht voor zijn ogen, een flits volgde en Adam verdween
weer. Weer werd hij verblind door het felle licht van grote
schijnwerpers. Nu zag hij de omtrekken van het grote stadion. Er
waren massa's mensen zichtbaar, vooral meisjes, die voor de ingang
stonden te dringen om de beste plaatsen binnen te verkrijgen. Het zou
een onvergetelijke avond voor hen worden...


Hoofdstuk 9


Adam voelde het gewicht van een rugzak, die over zijn trainingsjas op
zijn rug hing. Hij had nu een plan nodig, om binnen te komen en aan
de gek geworden fans kon hij zien dat zijn plan niet bij de ingang kon
beginnen. Zijn plan moest maar beginnen met het zoeken naar een
andere ingang. Hij liep naar de oostkant van het stadion, halverwege
hoorde hij hard gekrijs. Op alles verdacht draaide hij zich in een ruk
om, met een hand naar de rugzak grijpend, gevuld met zijn
wapenarsenaal. Hij zag tientallen meisjes zijn kant op stormen. Er
verschenen 3 paar lichtjes, die snel dichterbij kwamen. Ze behoorden
toe aan 3 achter elkaar rijdende auto's; de eerste was een grote, zwarte
Mercedes, de tweede was een, eveneens zwarte, stretched-limo, de
derde was eenzelfde Mercedes als de eerste auto. De auto's reden hard
op Adam af en Adam moest opzij springen, om niet te worden
overreden.
"Shit! Stelletje klootzakken!" gaf Adam zijn mening.
De auto's reden door tot een kleine deur in de betonnen muur van het
stadion. Er werd hard geremd en meteen werden de deuren van de
Mercedessen opengegooid. Er sprongen uit elke Mercedes 4
bodyguards, die onmiddellijk naar de limo renden. Ze openden de
deuren en gehaast stapten er 6 mannen uit. 5 knappe, blanke jongens
met hippe kapsels en kleren en een volslanke neger in een pak. Nog
twee bodyguards stapten voorin uit de auto. Inmiddels waren de
meisjes aangekomen en dromden rond de 5 jongens. De 10
bodyguards vormden een kordon rondom 'The Hand' en hun manager.
Gehinderd door de fans kwamen ze uiteindelijk aan bij de deur, die
spontaan werd geopend. 8 bodyguards, de bandleden en de manager
gingen naar binnen. 2 bodyguards bleven voor de deur staan en
hielden de fans ervan af door de deur naar binnen te gaan. Adam
besloot niet nu naar binnen te gaan om zijn opdracht te vervullen,
maar te wachten tot het concert begon en de fans weg zouden zijn.
De fans waren allemaal langzaam afgedropen zonder een felbegeerde
handtekening en Adam had nog 5,5 uur de tijd voor de liquidatie. Hij
dacht nog even aan zijn vrouw en opende toen zijn rugzak. Hij pakte
het machinegeweer eruit en hield het achter zich verborgen. Hij stapte
uit de schaduw van het stadion naar de deur waar de 2 bodyguards nog
steeds de wacht hielden, het leek wel alsof ze helemaal geen sociaal
leven hadden, want ze hadden de hele tijd geen woord met elkaar
gewisseld. Ze waren allebei zwart en hadden een zwart pak aan, hun
hoofd getooid met de typische bodyguard zonnebril en natuurlijk een
kale knikker. Heel rustig naderde Adam de twee en werd door hen
opgemerkt.
"Hé, jullie! Laat me snel naar binnen! Ik ben te laat voor het optreden!
Ik ben lid van de achtergrondband van 'The Hand'."
Ze keken elkaar aan en vroegen lachend: "Zozo, een lid van de
achtergrondband. Welk instrument bespeel je dan?"
Adam voelde dat ze hem niet binnen zouden laten en moest naar
hardere maatregelen grijpen.
"Ik bespeel het machinegeweer."
Adam haalde het geweer achter zijn rug vandaan en ineens stopten de
twee met lachen, ze wilden nog opzij duiken maar het was te laat. Hun
ingewanden plakten al aan de muur. Ze keken elkaar vragend aan en
zakten dan zonder een kik te geven in elkaar. Adam kwam dichterbij,
schopte de twee stoffelijke overschotten opzij en opende de deur. Hij
kwam terecht in een slecht verlichte lange gang, gevuld met veel
kartonnen dozen en andere rotzooi. Er kwamen veel deuren op de
gang uit. Hij liep naar de eerste de beste deur, waarachter hij muziek
hoorde. Het was "Drugs sucks!" van 'The Hand'. Hij opende de deur
en harde muziek sloeg hem tegemoet. Hij stond in de raam van een
deur met het bordje 'EXIT' erboven, aan de rechterkant, vanuit het
publiek gezien, van het podium. Hij had uitzicht op de hordes meisjes
die krijsend hun zingende idolen gadesloegen. Hij liep de stenen trap
af en stond toen onderaan het podium. Hij liep naar een hek, waar
mannen van security stonden om de fans ervan te weerhouden op het
podium te klimmen. Toen de mannen hem opmerkten en hem met een
vragende blik aankeken verdedigde Adam zich:
"Ik kon de plee niet vinden. Zijn ze niet gewoon fantastisch?!"
Verbouweerd keken de mannen Adam aan en toe hoe hij over het
hekje wipte en in de menigte verdween. Adam baande zich een weg
langs alle fans, totdat hij op tien meter afstand van het podium stond
en volledig zicht op 'The Hand' had. Hij keek naar het podium en zag
allerlei knuffels op de grond liggen.
"Dat is het!", fluisterde Adam tegen zichzelf.
Hij keek om zich heen en zag naast hem een meisje met een zeer grote
beer staan, dat op de muziek mee-swingde. Adam griste de beer uit
haar handen, greep in zijn rugzak en pakte het Bowie-mes eruit. Toen
hij weer op keek stond de vriend van het huilende meisje voor hem in
een dreigende houding.
"Je gezicht staat me niet aan, klootzak!" gaf hij Adam te weten.
"Zet dan een bril op!"
Met deze woorden plantte Adam het mes in de maagstreek van de
jongeman en trok het er meteen weer uit. De jongen klapte dubbel en
maakte toepasselijke geluiden. Het bloed stroomde over zijn handen,
die de wond onderzochten. Adam ritste de rug van de beer met het
bebloede mes open en haalde, wederom uit zijn rugzak, een handjevol
spijkers tevoorschijn, stopte die in de beer en plantte met de woorden
'Hou even vast.' het mes weer in de maag van de jongen die opnieuw
kreunde. Het meisje begon te gillen, maar niemand lette daarop. Nu
pakte Adam 2 granaten uit de rugzak, ontzekerde ze en stopte ze in de
voering van de beer bij de spijkers. Met een grote boog slingerde hij
de beer op het podium, waar het nummer net afliep. Een van de
bandleden pakte de beer op en de andere 4 kwamen erbij staan om
samen in een microfoon de slotnoot te zingen. Kort daarna ontploften
de granaten en vlogen de spijkers in het rond. De fans helemaal voorin
werden bespat met warm bloed en gilden hun longen uit hun lijf. Er
ontstond paniek en ineens werd Adam meegesleurd in een lawine van
uitzinnige fans. Bijna onder de voet gelopen loste hij met het
machinepistool enkele schoten in de lucht en had meteen alle ruimte
van de wereld. Hij liep verder in de richting van het podium. Security
was niet meer te zien, die was bezig om de fans tot bedaren te
brengen, waar ze nog een hele taak aan zouden krijgen. Nu zag Adam
de ravage op het podium. Alles was rood en de vloer was een plas
bloed. Hij sprong over een hekje en klom op het podium. Hij liep naar
de achterkant van het podium waar een deur met het lampje 'EXIT'
zichtbaar was. Hij stond weer in diezelfde gang als in het begin.
"En nu de baas.", hield Adam zich het doel voor ogen.
Hij liep door de gang en zag een deur met een grote, gele ster erop
geplakt. Binnengestapt werd hij opgewacht door de zwarte, dikke
neger met een pistool in zijn hand op Adam gericht. In de achtergrond
zag Adam van die doorzichtige bakken die ze vaak gebruiken als
waterreservoirs, helemaal gevuld met kleurige pillen. Uit het reservoir
stak een soort tuinslang met aan het begin aan de kant van het
reservoir een klein kraantje. De slang lag op een bureau, waar allemaal
glazen potten met deksels stonden. Zo te zien werden daar uit de grote
voorraad de potjes voor de dealers gevuld, om ze dan te verkopen aan
de junks.
"Ah, eindelijk ben je daar Adam. Die klus heb je mooi geklaard.
Vertel me nu wat je weet over de ingang van de hel. Je weet dat je je
vrouw anders niet meer terug zult zien."
"Ik heb altijd al geweten dat managers puur voor geld gaan, maar hier
is toch wel het duidelijke bewijs."
"Geen bullshit, Adam, vertel!"
"Eerst wil ik weten hoe het met Brenda gaat!"
"Goed! Je zult haar zien!", zei een mannenstem achter hem.
Adam draaide zich om en daar zag hij voor het eerst Satan.
Het was een projectie van Satan. Helemaal anders dan hij hem had
verwacht. Gewoon een normale man in een net grijs pak.  Kort, zwart
haar, het typische pratende-kut-baardje, en donkere ogen. Op de eerste
blik niets van Satan weghebbend. Maar op een of andere manier,
misschien de valse glimlach of de samengeknepen ogen, werd zijn
identiteit verraden.
"Aleksander Tanachiel, neem ik aan?", vroeg Adam genietend van het
verwonderde gezicht.
"Touche voor meneer Rom. Had je me anders verwacht?"
"Eigenlijk niet. Ik wist dat je een gewoon mens was, voor jouw
carrière, als ik het zo mag noemen."
"Weer een punt voor jou. Je doet het goed, Adam!"
"Geen vleierij, ik wil Brenda zien!"
"Goed dan. Voilà!"
Satan deed een stap zij en achter hem werd een vrouw zichtbaar. Het
was Brenda, maar ze reageerde niet op Satans beweging en keek met
een holle blik voor zich uit.
"Wat heb je met haar gedaan? Waarom kijkt ze als een schaap in het
rond?", schreeuwde Adam bang om zijn vrouw.
"Bijwerkingen van mijn kwade krachten. Je vrouw is niet erg stabiel.
Maar vertel me nou de toegang. Dan zal ik haar uit mijn ban laten en
laat ik jullie met rust."
"Hoe kan ik jou nou vertrouwen?"
"Vertrouwen? Mij, Satan? Hahahahaha!! Prachtig hoe naïef je bent!
Ga door! Je bent zeer grappig."
"Goed, ik begrijp het. Ik ga der maar voor. De uitgang of ingang van
de hel ligt ten noorden van Salisbury, hier in Engeland. Er staat een
energiebarrière van rotsblokken omheen. De plaats heet Stonehenge.
Zo en nu wil ik mijn vrouw terug!"
"Rustig aan, Adampie. Hoe kan ik haar nou teruggeven als er nog
geen uitgang uit hel is? Je moet wachten tot de barrière vernietigd is,
dan krijg je haar zo fris als een hoentje weer terug."
"Wat? Je hebt me genaaid!"
"Ik zei toch dat je naïef was. Had je maar nagedacht."
"En ben je nu van plan om een van Engelands belangrijkste
monumenten te mollen? Dat gaat toch zeker opvallen of niet?"
"Laat dat nou maar aan mij over. Zorg jij nou maar dat je over
anderhalf uur daar bent. Tot straks en de groetjes van Brenda,
hahaha!"
De projectie verdween.
"Ik zou maar snel een vervoermiddel jatten en er als de tering vandoor
gaan.", gaf de manager Adam een raad, die zich nu weer met de zaak
ging bemoeien.
"Oh, ja. Bedankt dat je mij eraan herinnert dat ik nog een opdracht
heb."
De blik van de manager veranderde plotseling. Adam maakte een stap
naar voren en schopte met een karatetrap het pistool uit zijn hand. De
man was als aan de grond genageld. Hij probeerde Adams
aankomende rechtse mokerslag te ontwijken, maar zijn logge lichaam
hinderde hem en hij kreeg de knal direct op zijn kin. Hij wankelde en
viel met zijn buik op het bureau. Daar bleef hij stil liggen. Adam liep
naar het bureau en trok de broek van de manager in een ruk naar
beneden. Daarna pakte hij de slang waarmee de potten werden gevuld,
stopte die in zijn gat en draaide de kraan open. Adam slenterde de
kamer uit, de manager die een redelijke overdosis XTC te wachten
stond achterlatend.


Hoofdstuk 10


Adam stapte door de deur naar buiten, waar nog steeds de twee
bodyguards lagen. Vanaf de hoofdingang zag hij de zwaailichten van
politieauto's. Waar hij stond was helemaal niemand. Hij had nu een
vervoermiddel nodig. De limo en de Mercedessen waren verdwenen,
dus moest hij iets anders zoeken. Adam liep maar naar de
hoofdingang. Daar moesten toch ergens auto's staan. Toen Adam bij
de politieauto's ook een paar motors opmerkte, was het plan gemaakt.
Er was maar één probleem; bij de motor stond een agent op wacht. Hij
kon niet om zich heen gaan vuren met al die politie en bovendien had
de agent niets met de zaak te maken en wou Adam niet onnodig
onschuldigen doden. Adam keek om zich heen en zag de oplossing.
Uit een auto lekte benzine. Adam liep naar de agent en vroeg hem met
nasale uitspraak, om verkouden te lijken, om een zakdoekje. De agent
gaf hem een papieren zakdoek en Adam liep ermee naar de lekkende
auto. Hij doopte de zakdoek in het plasje benzine en liep ermee van
achteren naar de vriendelijke agent. Met een snelle beweging duwde
Adam het zakdoekje onder zijn neus en tegen de mond van de agent
en hield hem ondertussen met de vrije arm in bedwang. De agent werd
bedwelmd door de benzine en Adam legde hem behoedzaam naast de
motor op de grond. Dan sprong hij op de motor en scheurde tussen de
schots en scheef geparkeerde politieauto's door weg. Hij volgde de
borden richting Salisbury en later richting Stonehenge.

Adam stopte op een afstand van 100 meter van Stonehenge de
motorfiets en deed de motor uit. Alles was nu stil en het was
pikkedonker. Hij keek op zijn horloge: 22.00 uur. Toen hoorde hij een
zacht gezoem, van ver weg. Het verstoorde de stilte maar heel weinig.
Adam keek de kant van het gezoem op en zag in de lucht een vliegtuig
dat niet al te hoog vloog. Het had de motoren uitgezet, waarschijnlijk
om geen aandacht te trekken. Want Adam begreep allang dat dit
vliegtuigje door Satan gestuurd moest zijn. Adam vond het beter om
zich nog even schuil te houden. Dus legde hij zich neer in het gras. Hij
lag op een heuvel vanwaar hij Stonehenge en het omliggende gebied
goed kon overzien. Op het moment dat het vliegtuig boven
Stonehenge vloog, opende een deur van het vliegtuig zich. Achter
elkaar sprongen er ongeveer 20 mannen uit, volledig in het zwart
gekleed. Toen hun parachute zich ontvouwde bleek die ook zwart te
zijn. De mannen waren voor deze tijd van de dag perfect
gecamoufleerd. De para's landden precies naast het monument en
ontdeden zich onmiddellijk van hun parachutes. Naar de grond
gebogen renden ze naar het monument en bevestigden in een razend
tempo C4-kneedbommen met een digitale chrono-ontsteker aan elke
verticaal staande steen. Dit klusje was in een halve minuut geklaard en
meteen renden de para's weer naar de grond gebogen weg van het, nu
hoog-explosieve, monument om plat op de grond liggend dekking
voor de vast en zeker sterke explosie te zoeken. Ook Adam vond dat
een goed idee en schuifelde een eindje achteruit.
VAAAAAVOOOOOEEEEEM!!!!!!
De brokken stenen vlogen in het rond en kwamen honderden meters
verderop weer neer. Er regende wat gruis naast en op Adam. Dan
schuifelde hij weer terug naar zijn uitkijkplekje. Hij zag hoe de
mannen alweer waren opgestaan en in een grote cirkel rond de
overblijfselen van het ex-monument stonden. Ze wachtten ergens op.
Maar waarop? Adam pakte uit zijn rugzak een verrekijker en zocht de
buurt af. Toen hij ermee het ex-monument afzocht viel hem een
scheurtje in het oog dat steeds groter werd en de snelheid waarmee die
dat deed werd ook steeds hoger. Totdat die scheur zo'n twintig meter
groot was. Hij voelde de aarde rommelen en bewegen onder zich.
Ineens scheurde de aarde in een ruk open en spoot de aarde omhoog
als water in een fontein, er was daar nu een gat in de grond met een
diameter van twintig meter. Een rood licht scheen vanuit het gat
omhoog. Ineens liep er iemand over een trap het gat uit, over een trap
die er helemaal niet was. Adam herkende hem meteen. De man in pak
met kort zwart haar en het pratende-kut-baardje. Satan!
"Adam!", riep Satan hem.
Adam reageerde niet.
"Adam! Denk je nu echt dat ik niet weet dat je er bent? Wat vind je
van de aktie van mijn jongens? Ooit gezien hoe men een
wereldwonder opblaast?"
"Wat moet je van me?", riep Adam.
"Kom eerst maar eens hier dan kunnen we praten."
"Ik wil niet praten!", Adam stond op en liep richting gat, "Ik heb
gedaan wat je wilde. De toegang tot hel is gemaakt. Geef me nu
Brenda terug en positiveer haar!"
"Zei je Brenda?"
"Ja, tuurlijk! Brenda."
"Oeps."
"Wat 'Oeps'?"
"Ik denk dat ik haar per ongeluk in een zwart gat heb gegooid."
"Wat?"
"Ben je doof, of zo?"
"Jij vuile eikel! Je zei dat ik haar terug zou krijgen. Je hebt het
beloofd!"
"Denk je nu echt dat Satans beloftes ook maar een rode cent waard
zijn? Wie is hier nu de eikel?"
"Ik maak je af! Ik maak je af! IK MAAK JE AF!!!"
"Hahahahaha! Ik zei toch dat je naïef was. Ik ben onoverwinnelijk. Jij
bent absoluut inferieur aan mij! Ik ben, IK BEN SATAN!"
"Waar heb ik dat eerder gehoord?"
"Bek dicht. Nu ik mijn toegang tot aarde heb staat mij niets meer voor
mijn heerschappij op aarde in de weg. Ik kan iedereen nu negatief
beïnvloeden, dan zal ik meer energie krijgen. Veel meer. En God
amper iets. Dan ben ik klaar om te heersen over het universum. En
dan, dan, haha, zal ik meester der Tijd worden."
"Eh, wie is hier nu naïef?"
"Ik zei bek dicht. Met al mijn getrainde helse soldaten en mijn grote
voorraad energie heb ik dat zo voor elkaar. Apropos getrainde helse
soldaten. Ik heb respect voor jouw manier om met wapens enzovoorts
om te gaan, daarom heb ik besloten dat jij ook een soldaat wordt."
"Besloten? Ik doe het gewoon niet! Bovendien heb ik al besloten jouw
af te maken en je wilt toch geen muiterij in jouw legertje?"
"Dacht je dat ik jou ging vragen? Je weet toch dat ik je makkelijk
beïnvloeden kan."
"Vergeet het maar!"
Adam pakte zijn machinegeweer en schoot naar Satan. De kogels
deden hem niks. Adams handeling verpestte Satans, ahem, 'goede'
bui.
"Hoe durf je, jij onderkruipsel! Soldaten: Maak hem af!"
Uit het niets haalden de soldaten machinegeweren met bajonetten
tevoorschijn en begonnen te vuren. Adam vuurde terug en gooide een
paar granaten.
"Zijn dat nou jouw 'getrainde helse soldaten', zelfs Assepoester kan
hen nog aan.", zei Adam terwijl de laatste soldaten crepeerden.
"Oh, ja? Let dan maar eens op!", raadde Satan Adam.
Over diezelfde onzichtbare trap liepen de soldaten, die Adam net had
gedood, uit de hel omhoog.
"Natuurlijk! Een onoverwinnelijk leger! Als ik ze dood, komen ze in
de hel en nu er een toegang van hel naar aarde is komen ze gewoon
weer terug.", begreep Adam.
"Hahaha, precies, Adam."
Adam begon weer te vuren op de soldaten, maar zijn geweer was leeg.
Hij liep naar een paar stoffelijke overschotten en pakte twee
machinegeweren met bajonet. Daarmee maaide hij de rest neer, die nu
voor de 2e keer vandaag in de hel terechtkwamen.
"Dit wordt saai, Satan!"
"Wacht maar! Je vergeet dat ik hiervan nog miljarden in mijn hel heb
zitten.", zei Satan, die de hele tijd gewoon op dezelfde plek bleef staan
en die geen hinder had van de kogels die hem raakten.
"Als ze allemaal zo 'goed' zijn kan ik ze wel aan."
"Nu ben ik het zat! Het spelletje is voorbij! Nu word jij mijn soldaat!"
Ineens voerde er een soort straal van Satans uitgestrekte arm naar
Adams lichaam. Het ging recht door de lucht en liet de lucht bewegen
als een meer waar je een steentje in gooit. De lucht golfde rond het
pad van stralen. Het waren Satans negatieve stralen. Adam maakte
onder invloed van de stralen krampbewegingen en vertrok zijn
gezicht. Hij begon te schreeuwen van de pijn. Door deze situatie kreeg
Adam een heleboel herinneringen voor zijn ogen te zien. Wat er in
Vietnam gebeurde. Zijn gevecht bij Ricardo. Zijn gesprek met God.
Toen herinnerde hij zich wat God hem had verteld: "Satan kan niet,
zoals een vampier niet tegen het kruisvormige teken kan, tegen dat
pi-vormige teken."
"Ideetje!", zei Adam nog steeds pijn lijdend.
"Wat zeg je?"
"Nou is het voorbij met jouw stralen!"
"Laat me niet lachen."
Adam pakte de machinegeweren op, die hij had laten vallen, tijdens
zijn krampbewegingen. Hij stopte ze met de bajonet verticaal in de
grond met een afstand van een halve meter. Dan legde hij zijn arm
horizontaal op de kolven van de geweren. Zo maakte hij het
pi-vormige teken. Meteen stopten de stralen en wendde Satan zich van
Adam af.
"Aahh! GodverdeGodverdeGodverde...GODVERDOMME!!!!!",
schreeuwde Satan.
"Sorry. Excuseert u mij, meneer Satan. Ik moet weer weg."
Met deze woorden pakte hij een pistool uit zijn rugzak en hield de
loop tegen zijn gehemelte.
Pang!
Adam werd verblind door het felle licht, helemaal omdat het de hele
tijd zo donker was. Toen stond hij weer in Gods kamer. Een goede
preek stond hem te wachten...


Hoofdstuk 11


"Als ik niet in deze positie was, had ik je helemaal de hel ingevloekt!
Ben je nou helemaal besodemieterd? Je hebt Satan de kans gegeven
om op aarde te komen. Hoe heb ik je ooit de toegang kunnen
verklappen? Wat een runderen zijn jij en ik toch! Nu is alles
verloren!", startte God zijn preek.
"Hoe moest ik nou weten wat-ie van plan was. We kunnen toch zeker
wel iets doen?"
"We? Jij houdt je er verder buiten!"
"Not! Ik heb nog een appeltje te schillen met hem, een erg zure appel!
Hij heeft Brenda in zo'n zwart gat gedumpt. Hij zei dat ik haar zou
terugkrijgen als ik de toegang verklapte naar de aarde. Maar hij gooit
haar in een zwart gat! Godverdomme!"
"Rustig aan, hè! Bedenk wat je zegt als ik erbij ben. Ik wist niet dat je
vrouw is gekidnapt. Ik vergeef je Adam!"
"Maar daarmee is de aarde en het hele universum nog niet gered. We
moeten snel iets doen."
"Je hebt gelijk. Satan heeft een leger van soldaten, dat bijna even
groot is als de hele wereldbevolking, die als ze een keer gedood zijn,
meteen weer terug op aarde kunnen komen zonder dat Satan maar een
greintje energie hoeft af te staan."
"Dan kunnen ze in een paar dagen de hele wereld veroveren. We
moeten hem nu stoppen! Hoe ver is hij al?"
"Ik heb een paar engelen gedood, zij observeren nu de gebeurtenissen
bij de toegang. Mij is gemeld dat Satan zijn soldaten uit alle hoeken
van zijn hel naar de toegang heeft gebracht en dat de miljarden
soldaten al naar buiten komen, maar er is niet genoeg plaats daar, dus
is er even een soort opstopping. De oorlogen zijn al begonnen. Het
Britse leger is al in oorlog met hen, maar ze worden onder de voet
gelopen door de miljoenen soldaten van Satan. Bijna heel
Zuid-Engeland is ingenomen, alleen London staat nog overeind. V.N.
en bondgenoten wordt om hulp gevraagd. Franse en Amerikaanse
atoombommen worden in staat van gereedheid gesteld. Als dit niet
onmiddellijk wordt gestopt krijgen we een tweede armageddon in de
geschiedenis, een tweede en laatste armageddon!"
"Ik denk dat er maar een manier is om dit te stoppen! Ik moet Satan
doden!"
"Maar je komt nooit bij hem in de buurt. Hij heeft een immens leger
en volgens mijn engelen heeft hij zich weer teruggetrokken in zijn
hel."
"Ik denk dat ik al een idee heb om bij hem in de buurt te komen. Hoe
kom jij aan je wapens?"
"Die worden door mijn engelen gemaakt. Echt vakwerk! Hoezo?"
"Kan ik ze even spreken?"
"Tuurlijk! Kom maar mee."
Adam wilde net een stap zetten toen hij werd verblind door licht. Kort
daarna kwam de flits.

"Goed transportmiddel. Waar zijn we?"
"Hier leven mijn engelen. Hier worden de wapens gemaakt voor de
D.A.P.-agenten. Daarachter is het Posium. Zie je het?"
Het was niet te overzien. Het straalde een prachtig licht uit. Het
zweefde een halve meter boven de grond c.q. laken. Het moest
ongeveer 3 meter hoog zijn. Er stond een tiental engelen eromheen. Ze
waren herkenbaar aan hun witte toga's die, in tegenstelling tot de
toga's van de normale mensen in de hemel, een lichtschijn afstraalden,
een schijn die je een warm gevoel gaf. Hetzelfde licht dat Amor
uitstraalde toen hij Adam had gedood. Bij het wapenfabriekje waren 2
engelen aan het werk met de wapens.
"K-mor! Corpa!", riep God.
De twee engelen keken om.
"Ah. Jahwe. Waarmee kunnen wij U van dienst zijn, uwe
genadigheid?", vroeg de vrouwelijke van de twee.
"Ik wil jullie voorstellen aan mijn nieuwste D.A.P.-agent die het hele
universum in verdoemenis heeft gebracht. Corpa, dit is Adam.", ze
maakte een kleine buiging.
"Hi.", zei Adam.
"Adam, dit is Corpa. En hij is K-mor een ouwe rot in het vak van
allerlei verdedigings- en aanvalskunsten. Hij heeft Samson nog
getraind!"
Ook hij maakte een kleine buiging dus maakte Adam er ook maar een.
"Nou, Adam. Vertel K-mor maar eens wat jij van plan was.", zei God.
"Ik vermoed dat jij ook kogels maakt?"
"Goed vermoed.", zei K-mor.
"Ik heb een kogel nodig die de getroffen persoon meteen in een zwart
gat gooit. Op die manier komen de gedoden niet weer terug in de hel,
maar verdwijnen voor altijd van het toneel. Kan dat?"
"Theoretisch wel, maar daarvoor is zeer veel energie nodig en een zeer
zwaar wapen voor de grote terugstoot, dus ook een sterk schutter."
"Ik denk dat dat opgelost kan worden. Ten eerste hebben wij het
Posium met veel energie erin. Ten tweede..."
K-mor liet Adam niet uitspreken.
"Maar de energie van het Posium is beperkt en is nodig voor andere
dingen."
"Wat heb je daaraan als het hele universum in de handen van Satan
valt. We hebben nu de kans daar iets aan te doen."
K-mor keek naar God. Hij gaf een toestemmend knikje. En voor
K-mor waren toestemmende knikjes van God belangrijker dan alle
tien geboden bij elkaar.
"Ik ga verder. Ten tweede wil je toch niet zeggen dat ik een slappeling
ben of zullen we dat even testen?", vroeg Adam.
"Je hoeft niet stoer te doen voor mij, hoor!", zei Corpa zachtjes.
Adam voelde zich blootgesteld. Iedereen lachte.
Dan zei K-mor: "Als alles goed zit ga ik meteen met Corpa aan de
slag."
"Ik wil ook wel even met Corpa aan de slag.", merkte Adam op.
"Niks daarvan. Jij gaat nu even uitrusten voordat je het universum
gaat redden."
"Maar voor mij is dat juist relaxen."
"Sorry.", zei God.
En ze flitsten weer weg.

Ze waren weer in Gods kamer, waar het bed alweer uit de grond was
herrezen. Adam ging er toch maar op liggen en viel onmiddellijk in
slaap.

"Wakker worden, snurkerd. Je moet de wereld redden.", wekte God
Adam.
"Geef me even een update van de stand van zaken.", zei Adam
slaperig.
"Groot-Brittannië is volledig ingenomen. Nederland, België en
West-Frankrijk ook. In de rest van de wereld woeden er oorlogen
tussen goed en slecht. Amerika heeft atoombommen afgevuurd op
Groot-Brittannië, maar Satan heeft ze met veroverd Frans en Engels
afweergeschut boven de Grote Oceaan afgeschoten. Satan is nu van
plan met zijn Franse atoombommen terug te slaan. Dat heeft al eerder
gewerkt in Australië waar zijn volgelingen het onderspit delften.
Australië is nu van de wereldkaart gevaagd."
"Ik moet nu weg! Dit moet gestopt worden! Het is mijn schuld! Breng
me snel naar Stonehenge."
"Maar het wemelt er van Satans soldaten."
"Nou en! Ik vermoed dat K-mor en Corpa mijn wapen afhebben?"
"Nou en of!", zei Corpa die achter God tevoorschijn stapte. "Het is
een geheel lichaamswapen om de terugstoot beter op te vangen. In
feite doe je het aan. Het heeft genoeg kogels om 200.000 man naar een
zwart gat te sturen. Bovendien hebben we er een granaatwerper op
gemonteerd. De granaten hebben dezelfde eigenschappen als de
kogels, ze vormen heel even een poort naar een zwart gat. Het hele
gevaarte weegt ongeveer 60 kilo. Kun je dat aan?"
"Tuurlijk. Ik vermoed dat ik het aan zal hebben als ik beneden
aankom?"
"Precies! Als je beneden aankomt sta je meteen bij de ingang tussen
de soldaten. Vuur maar gelijk om je heen."
"Geen probleem! Ik ben er klaar voor!"
"Daar ga je dan.", zei God.
Toen hij al werd verblind door het felle licht hoorde hij nog net hoe
Corpa hem succes wenste. Toen kwam de flits.

Hoofdstuk 12


Ineens stond hij tussen tientallen soldaten, van top tot teen in pikzwart
gekleed. Ze merkten hem op en grepen naar hun machinegeweren die
losjes om hun schouders hingen. Adam voelde het gewicht van zijn
wapen. Hij zat er echt helemaal in. Het was een stalen pak dat van zijn
schouders tot boven zijn knieën ging. Alleen zijn hoofd, armen en
alles lager dan zijn knieën zaten er niet in. Links van zijn hoofd,
verbonden met het pak, rustte een bazooka op zijn schouder met
erbovenop een knop met 'Fire' erop. Adam kon zich voorstellen wat
dat betekende. Op zijn borst was een mitrailleur met zes lopen in een
cirkel gemonteerd, waarschijnlijk kon die draaien. Onder de lopen
staken links en rechts een hendel uit van staal, ongeveer 10 centimeter
lang. Op zijn rug zat een stalen kastje waarin het magazijn van de
mitrailleur moest zitten. De soldaten vuurden een salvo op hem af.
Adam wilde wegduiken, maar het gewicht van zijn wapen hield hem
tegen. Hij wist niet hoe hij de mitrailleur moest gebruiken, maar de
kogels sloegen al in. Eerst op zijn pak, waar de kogels als steentjes
afketsten, maar dan ook in zijn hoofd. Het werd licht voor Adams
ogen en de flits kwam.

"Zo, Adam. Nu al terug!", vroeg Corpa hem.
"Kon niemand mij even vertellen hoe dat gevaarte werkt?"
"Ik dacht dat je dat zelf wel kon bedenken.", merkte God lachend op.
"Je hoeft alleen maar de hendel over te halen en de mitrailleur begint
te vuren.", gaf Corpa informatie.
"Ik snap het. Stuur me maar weer terug, maar nu niet ermidden in,
maar op een beetje afstand."
"O.K. Daar ga je weer."

Adam stond nu op een afstand van 100 meter van de toegang af. Nu
kon hij de situatie goed overzien. Er liep een lange rij soldaten over de
onzichtbare trap de wijde wereld in. Zo ver als hij kon zien ging de
slang van soldaten in het zwart gekleed richting horizon. Er kwam een
zwarte stroom soldaten uit de hel de wereld in. Adam werd opgemerkt
door een groepje soldaten, die dat schreeuwend te kennen gaven aan
hun kameraden. Ze richtten hun geweren op hem.
"Niet alweer. Mij maak je geen tweede keer af!"
Adam pakte de hendels beet en trok ze naar achteren, terwijl hij zijn
mitrailleur op hen richtte. Die ging draaien en vuurde kogels die zo
rood waren, dat het leek alsof ze gloeiden. Overal waar de kogels in
een soldaat insloegen, ontstond een kleine lichtgevende punt, die
steeds groter werd en dan het hele lichaam van de soldaat bedekte. Op
dat moment ging het licht uit en was er heel even op die plek een
zwarte vlek in de vorm van de soldaat te zien. Daarna was de soldaat
weg. Adam vuurde als bezeten om zich heen. De meeste soldaten
gingen op de grond liggen, maar Adam liet de linker hendel los en
bleef vuren met de rechterhand. Hij tilde zijn linkerarm op en drukte
op de knop met 'Fire' eropstaand. Een roodgloeiend projectiel met een
diameter van 10 centimeter schoot eruit en ontplofte midden in een
groepje op de grond liggende soldaten. Alles was licht dan zwart en
daarna was in een radius van 15 meter elke soldaat verdwenen. Dit
herhaalde hij meerdere malen terwijl hij richting gat liep.
"Dit is leuk. Je hebt tenminste geen gezooi met lijken waar je steeds
overheen moet klimmen.", juichte Adam.
De toegang was nu vrij en in de buurt was geen enkele soldaat meer te
zien. Alleen op 300 meter afstand waren er nog soldaten waar de rij
van soldaten weer begon. Maar zij waren in het donker van de nacht
bijna onzichtbaar. Hij stond voor het gat, waar de trap ongeveer moest
zijn. Er liepen alweer soldaten de trap omhoog, maar Adams bazooka
loste dit probleem snel op. Adam deed een stap naar voren de trap op.
Maar hij viel het gat in, net alsof er geen trap was. Hij viel het rode
licht dat het gat verlichtte tegemoet.
"Fuuuuuuuuuuuuuckkkkkkkk!"
Adam trapte met de benen in de lucht en probeerde met zijn armen
houvast in het niets te vinden.
KNAL!
Adam was op de grond terecht gekomen, maar had zich amper
bezeerd. Zijn pak had hem goed beschermd. De wapens waren nog
heel. Hij keek om zich en begon meteen weer te vuren met mitrailleur
en bazooka. Overal om hem heen stonden soldaten. Overal waren er
lichtflitsen die ineens zwart werden. Overal vlogen rode projectielen
in het rond. Dan was Adam alleen. Nu kon hij de zaak eens goed
bekijken. Hij was in een soort aula van rood rotsgesteente, dit
verklaarde het rode licht dat uit het gat scheen. Deze hele aula was met
rood licht verlicht. Op deze aula kwamen tientallen gangen uit van
ongeveer 4 meter breed en 3 meter hoog.
"Welke shit-gang leidt naar de kloten-vertrekken van die
tering-Satan?", schreeuwde Adam tegen de hoge, rode muren.
Als geroepen liep een soldaat uit een gang volledig op zijn gemak op
Adam af. Adam  wilde vuren maar kon zichzelf beheersen. De soldaat
was namelijk ongewapend. Misschien kon Adam hem gebruiken om
de weg naar Satan te vinden. Adam liep zijn kant uit en de soldaat
bleef gewoon zijn kant oplopen. Toen de soldaat in bereik was pakte
Adam hem bij zijn hoofd en knalde die tegen de mitrailleur op zijn
borst. De soldaat viel op de grond en Adam ging naast hem knielen.
Hij trok de zwarte bivakmuts van het hoofd van de soldaat. Hij
herkende hem meteen.
"Ricardo Defalco!"
"Precies! Satan heeft me gestuurd om jou de weg te wijzen naar hem.
Zoek je hem? Volg dan deze gang!"
Adam keek op en zag dat een van de gangen extra rood oplichtte.
"Pas op, Satan! Ik kom eraan!", riep Adam die kant op.
"Doe de groetjes aan hem wil je?", zei Defalco op de grond.
Hij vuurde een salvo af op Ricardo en draaide zich in de richting van
de gang die rood oplichtte. Hij liep de gang in.




.

















Het doet mijn ego zeer strelen dat mijn verhaal te groot is om op 1 pagina te zetten (dat kan dus blijkbaar niet)...lees hier verder voor het vervolg...
Ik heb ook een ontwerp gemaakt voor een kaft of affiche van het boek of de film...die kun je hier bekijken...
Home