Vidisme
Het vidisme is een conclusie van de postmodernistische ideeën In plaats van alles wat er gebeurt toe te schrijven tot toeval, geluk, pech, lot, enzovoorts, heeft het vidisme de overtuiging dat het alsnog mogelijk is om ook het lot en zijn geestverwanten te kunnen voorspellen.

En dit is niet het enige voordeel van het vidistenbestaan. De onafhankelijkheid die deze gedachten met zich meebrengen hebben een positieve uitwerking op de vidist. Juist het idee dat de mens wel iets aan zijn levensloop kan doen, geeft een beter gevoel dan een leven waarvan men denkt dat het onveranderbaar is.

Toch is het voorspellen niet de hoofdhandeling van de vidist. Vidisme komt uit het Latijn. Het is afgeleid van het werkwoord 'videre' dat 'zien' betekent. Een vidist is dus eigenlijk een ziener. Daar gaat het in het vidisme vooral om. Kijken. Om je heen kijken en alles registreren, vergelijken en onderzoeken. Objectiviteit hoeft hierbij geen struikelblok te zijn.

Het leven van een vidist bestaat dus uit kijken, maar ook uit denken over het bekekene. Erover filosoferen, discussiëren en zo mogelijk het activeren ervan is het werk, maar tegelijkertijd ook het genoegen van de vidist. Een vidist hoeft niet jong en actief te zijn, als hij maar gemotiveerd is.

Wie kunnen er vidist worden? Voor het vidisme is een zekere status van gedachtegoed nodig. Je moet dus geloven in lots-onafhankelijkheid en plezier kunnen vinden in de bovengenoemde vidistische bezigheden. Bovendien moet je minstens in groep 3 zitten van de onderstaande uitwerking. Een bepaald begripsniveau is namelijk wel vereist.

De Groepenuitwerking

Aan de hand van deze uitwerking wordt het model uitgelegd waaruit het lots-onafhankelijkheids-idee is ontstaan.

Het model wordt in de vorm van een voorbeeld-uitwerking gepresenteerd. Het is bovendien dat voorbeeld waarmee het ook allemaal is begonnen. In de discussie over de volgende probleemstelling is het vidisme namelijk geboren:

Hoe kan ik voorspellen, wanneer het in de Efteling het minst druk is?

Logischerwijs moet men dan proberen te voorspellen hoeveel mensen er op een bepaalde dag naar de Efteling gaan. Hoe meer mensen gaan, hoe drukker het is. Als men dus de bezoekersaantallen kan voorspellen, dan is de voorspelling van de drukte in de Efteling een schijntje.

Volgens de vidistische ideeën bestaat de groep potentiële bezoekers uit vijf verschillende groepen mensen met per groep een verschillend begripsniveau. Hieronder worden ze elk gepresenteerd in onderlinge verhouding met elkaar met bijpassende denkpatronen en hun handelingen.

Groep 1:

Deze eerste groep bestaat uit mensen met het allerlaagste begripsniveau. Het hoofdcriterium is of een persoon het principe van de 'val' kent. Het principe van de val is het best en snelst uit te leggen aan de hand van het voorbeeld van twee strijdende landen; de twee aanvoerders van de legers zullen proberen elkaars handelingen te voorspellen om daar dan een voordeel uit te trekken. Dit is het principe van de val. Voorspelling om daar beter van te worden. En groep 1 houdt dus geen rekening hiermee. Voor groep 1 is de beslissing om op een willekeurige dag naar de Efteling te gaan heel simpel. Is het weer goed, dan gaat men. Is het vakantie, dan gaat men. Is er genoeg geld, dan gaat men. De groep-1-er houdt in zijn druktebeoordelingen alleen rekening met zichzelf en niet met andere mensen (die nota bene de drukte genereren). In feite heeft de groep-1-er dus geen druktebeoordeling.

Groep 2:

Dit is waarschijnlijk de grootste groep. Deze groep kent het principe van de val. Echter dat doet de rest van de andere groepen ook (op groep 1 na natuurlijk). Dus wat is nou het echte criterium van groep 2? Iemand uit groep 2 gaat zo te werk binnen het voorbeeld van de twee strijdende landen:

De ene aanvoerder (net als de ander uiteraard) probeert te voorspellen wat de andere aanvoerder zal doen. Met de voorspelde informatie zal de ene aanvoerder dan iets doen om de actie van de andere aanvoerder te verijdelen of tegen hem te keren. En zo zal de andere dat weer voor de een doen en de een dat voor de ander en zo maar door. De twee aanvoerders proberen dus zo complex mogelijk te voorspellen wat de ander doet. De verwachting van beide aanvoerders is dat hoe gecompliceerder ze denken des te groter de kans is dat ze winnen van de ander.

Groep 3:

Deze groep is de eerste groep die begrijpt dat het weinig nut heeft om steeds complexer te denken om de eigen daden af te stemmen op iemands anders daden (zie het ene aanvoerder, andere aanvoerdervoorbeeld). In feite creëert men door die veronderstelde cumulatieve complexiteit niet meer opties in de mogelijke handeling, want er zijn maar 2 opties. Je kunt namelijk maar op 2 manieren iets doen: op de normale manier of op de alternatieve manier. Of gewoon doen of door het principe van de val erbij te halen. Want je kunt wel steeds complexer proberen te bedenken of het druk zal zijn in de Efteling, maar uiteindelijk is het er altijd of druk of niet druk. Andere opties zijn niet mogelijk.

Dit sluit ook aan op Het Totale Binaire Idee. Het idee dat het universum binair ingericht is (zoals computertaal dus, je hebt 0 of 1, andere opties zijn er niet). Je kunt het ook zien aan composities zoals goed/slecht, ja/nee, komen/gaan. Op communicatief gebied is het binaire idee ontwikkeld tot het idee van "he?" en "ah"! Elke communicatie, wat dan ook, is slechts een mutatie van "he?" of "ah!". Je kunt communiceren door het of niet te snappen of wel. Het is altijd een vorm van een bevestiging of een vorm van een vraag.

Dus groep 3 begrijpt dat er maar 2 keuzes zijn, hoe complex men ook te werk gaat. Doordat groep 3 op het begripsniveau drie zit, weet die groep niet hoe heel het stelsel in mekaar zit en hebben zij eigenlijk alleen een idee van zichzelf en de mensen die wij groep 2 noemen. Bij een voorspelling gaat de groep 3-er er dus vanuit dat de hele grote groep 2 tot op bepaalde complexiteitsniveaus gaat denken. De mate van complexiteit zal van persoon tot persoon variëren maar omdat het in feite toch maar om twee opties gaat, is het rechtmatig om te zeggen dat groep 2 in feite als random-optioneel te bestempelen is. Groep 3 bezit niet de grote, maar onnodige, denkcomplexiteit van groep 2, maar omdat ook zij slechts twee opties hebben (zoals iedereen) en zij geen houvast hebben aan hun kennis van groep 2 (want hun reactie is random) zijn ook zij dus random-optioneel.

Dus hoewel zij de groepenindeling beter begrijpen dan groep 1 en 2 (hoewel ze groep 1 niet kennen), hebben zij daar niets aan wat betreft verbetering van hun voorspelling voor wat dan ook.

Mensen uit groep 3 of hoger hebben een begripsniveau dat toelaatbaar is voor het vidisme.

Groep 4

Deze groep is erg belangrijk voor de vidisten. Groep 4 begrijpt eigenlijk al een heleboel van de groepenindeling. Ze zijn op de hoogte van groep 1 t/m 3 en begrijpen hoe deze groepen in elkaar zitten. Ze zijn bovendien de eerste groep die zich dieper bezig houdt met deze kwestie. Iemand uit groep 4, die zo werkt als iemand die de kennis heeft van groep 4-kennis, kan alleen maar of door eigen inzicht of door kennismaking tot deze kennis gekomen zijn. Mensen die door eigen inzicht in groep 4 terechtkomen, vinden het vidisme eigenlijk opnieuw uit ( de vroege vorm dan, die maar tot groep 4 ging). Alle anderen zullen dus door vidisten zijn ingelicht.

Groep 4 is de eerste groep die ook echt gebruik kan maken van het vidisme t.o.v. het voorspellen. Want deze groep weet dat men geen rekening moet houden met groep 2 en 3 omdat die random zijn, maar groep 4 weet vooral dat ze wel rekening moeten houden met groep 1. Deze groep kan gebruikt worden door groep 4 om tenminste een gedeelte van alle mensen verdeeld over alle groepen te kunnen voorspellen. Want groep 1 kent maar 1 optie (het principe van de val is groep 1 niet bekend), dus groep 1 is altijd voorspelbaar. Groep 1 is bij deze ook de enige groep die voorspelbaar is. Dus het is niet zo dat het mogelijk is om iedereen te voorspellen, maar als men een gedeelte van een random groep wel kan voorspellen, dan kan men de random groep dus iets beter voorspellen dan anders. Groep 4 maakt hiervan gebruik.

In het voorbeeld zou groep 4 dus naar de Efteling gaan als groep 1 niet gaat. Wanneer gaat groep 1 niet? Als het bijvoorbeeld een gewone werkdag is. Of bijvoorbeeld als het slecht weer is. Alleen met de meest simpele redeneringen moet hier rekening worden gehouden en alle opties die met een reactie op (vermeende) acties van andere mensen te maken hebben kunnen buiten beschouwing gelaten worden.

Groep 5

Deze groep heeft het (tot nu toe bij de vidisten bekende) hoogste begripsniveau op dit gebied. Groep 5 is uiteraard op de hoogte van de eerste 4 groepen. Groep 5 is ontstaan door een doorredenering binnen groep 4. Als groep 4 namelijk alleen gebruik maakt van groep 1 om zoveel mogelijk van iedereen te voorspellen dan is het dus duidelijk dat er tussen de verwachte acties van groep 1 en die van groep 4 een duidelijke link zal ontstaan. Als je dit weet kun je dus van de 5 groepen die er zijn, 2 voorspellen: groep 1 en groep 4. Groep 1 lijkt me duidelijk en groep 4 doet uiteraard wat goed is voor groep 4 gebaseerd op de verwachte acties van groep 1.

Iemand uit groep 5 kan dus zijn acties afstemmen op de voorspelbare acties van de groepen 1 en 4. Dit kan helaas wel een probleem opleveren. Kijk maar in het voorbeeld:

Het is een zonnige zondag: groep 1 gaat naar de Efteling, groep 4 dus niet.
Het is een regenachtige donderdag: groep 1 gaat niet, groep 4 gaat dus wel.

Het probleem hier is, is dat bij geen van beide dagen een goede dag voor groep 5 zit. De ene dag stikt het er van groep 1 en de andere keer van groep 4. Ook al kan groep 5 voorspellen wat 1 en dus 4 doet, ze heeft er in veel gevallen niets aan.

Hier is een oplossing voor.

Men moet ervoor zorgen dat er maar 1 groep is en dat die zo groot mogelijk is. Dus moet men proberen zoveel mogelijk mensen uit groep 1 t/m 4 in 1 groep te krijgen en dat het liefst in een voorspelbare groep dus in groep 1 of groep 4. Dit is in het interesse van de mensen uit groep 5. Deze groep 5-ers moeten of alle mensen uit groep 2, 3 en 4 in groep 1 of alle mensen uit groep 1, 2 en 3 in groep 4 zien te krijgen. Mensen dommer maken is moeilijker dan mensen slimmer maken (je hoeft het ze alleen maar te vertellen).

Dus zou men ervoor moeten kiezen om vooral de mensen uit groep 1 (die werken nogal tegen met het voorspellen i.v.m. met groep 4) in groep 4 te krijgen. Zo is er dan nog maar 1 (belangrijke) groep die voorspelbaar is: groep 4. Groep 1 zal nooit leeg worden (nieuwgeborenen, enz.), maar zal wel verwaarloosbaar worden.

Ook is het natuurlijk handig (als we toch al bezig zijn) om mensen uit groep 2 en 3 in een van de voorspelbare groepen te krijgen (het liefst 4 want dat is makkelijker dan 1). Mensen uit groep 2 (die denken dat complexiteit echt complex is) kunnen redelijk veilig naar groep 4 gebracht worden. Mensen uit groep 3 (die weten dat er maar 2 opties zijn) leveren meer gevaar op. Wat voor gevaar? Dat zij begrijpen wat er aan de hand is en zien dat zij, als iemand in groep 4, weinig aan het nieuwe systeem (zoveel mogelijk mensen in groep 4) hebben. Namelijk alleen groep 5 kan hiervan profiteren. Op een gegeven moment zal een slimme groep 4-er namelijk inzien dat er geen andere groepen meer zijn om het voorspellen nodig te laten. Want alleen groep 5 (waar niemand iets van weet) kan dan nog aan de hand van een andere groep voorspellen: groep 4.

Het beste en minst gevaarlijke zou dan dit zijn (doelstellingen):

-heel groep 1 in groep 4 (die snappen het bedrog natuurlijk nooit)
-heel groep 2 in groep 4 (idem dito)
-heel groep 3 met rust laten (die zijn te slim voor groep 4 om het niet door te hebben, dus niet 'verlichten')
-heel groep 4 naar groep 5 (die zijn al groep 4 dus zouden het ooit snappen dus kunnen beter maar meteen in de groep 5, bovendien zijn er maar weinig groep 4-ers, dus zal er nog steeds een kleine, geheime groep 5 zijn)

Dus alle mensen uit groep 5 moeten de bovenstaande punten nastreven om op deze manier de kans op een juiste voorspelling zo groot mogelijk te maken. Dit maakt het geloven in lots-onafhankelijkheid een stuk makkelijker...

Om het hele verhaal even duidelijk te maken zal ik het Efteling-voorbeeld nu volledig uitwerken:

Je zit in groep 5, het is zondag en de zon schijnt. Je wilt graag weten of het druk zou worden in de Efteling die dag, want een dagje Efteling zie je wel zitten, maar te druk is het niet leuk met al dat wachten. Je moet dus proberen te voorspellen wat alle andere potentiële bezoekers gaan doen die dag om te weten of het druk zal zijn.

(Laten we voor het gemak ervan uitgaan dat er een ideale situatie is ontstaan door toedoen van de groep 5-ers, dus dat de groepsindeling zo is zoals het het meest voordelig is voor de groep 5-ers (zie hiervoor vooral de doelstellingen hierboven).

De groep 5-er moet bedenken wat groep 1 zou doen (of die in die ideale situatie nog bestaat is een ander punt, maar het is in ieder geval het referentiepunt van groep 4). Een groep 1-er zou gaan, want hij is vrij en het is ook nog eens zonnig. Voor hem een perfecte dag voor de Efteling!

Als groep 5-er weet je dan dat groep 4 juist niet naar de Efteling zal gaan.

Dus wat is dan de verdeling van mensen in de Efteling?

Gaan wel:-groep 1, percentage in ideaal geval: 100%, dat zijn 0% van allen
-groep 2, random optie 'gaan', percentage in ideaal geval: 50%, dat zijn 0% van allen
-groep 3, random optie 'gaan', percentage in ideaal geval: 50%, dat zijn 50% van het percentage mensen dat niet in groep 4 en/of 5 zit, schatting: 10%
-groep 4, percentage in ideaal geval: 0%, dat zijn 0% van allen

Gaan niet:-groep 1, percentage in ideaal geval: 0%, dat zijn 0% van allen
-groep 2, random optie 'niet gaan', percentage in ideaal geval: 50%, dat zijn 0% van allen
-groep 3, random optie 'niet gaan', percentage in ideaal geval: 50%, dat zijn 50% van het percentage mensen dat niet in groep 4 en/of 5 zit, schatting: 10%
-groep 4, percentage in ideaal geval: 100%, dat zijn alle mensen, min de mensen uit groep 3, min de te verwaarlozen mensen uit groep 5 (die is erg klein), schatting: 80%

Als groep 5-er ga je dus wel naar de Efteling, want er gaan maar 10% (de helft van het aantal mensen in groep 3). De andere 90% procent gaan dus niet. Dus is het niet zo druk die dag.

Dit is dus een mogelijkheid om gebruik te maken van het groepensysteem van het vidisme.

Om nog een klein voorbeeldje te geven (zonder uitwerking):

Waar moet je op een druk treinstation wachten op de trein, opdat het bij jouw instapgedeelte het minst druk is? (antwoord: als je de trap afkomt tegen de richting van de trap in het perron oplopen).

Dit zijn de soorten vragen waarop het vidistische groepensysteem een antwoord kan geven. Het moet dus in ieder geval te maken hebben met vraagstukken waarin de mensenmassa een onbekende variabele is. Want die variabele kun je dus wel bepalen met het groepensysteem.

Terug naar de Theorien-index
Home